Welkom |

NVTG-congres Second life: anticiperen op d...

Door de steeds wijzigende regelgeving en de snel veranderende digitale omgeving moete...Lees verder

Grip op onderhoudscontracten ...

Zorg dat u niet voor verrassingen komt te staan en organiseer zelf dat er transparant...Lees verder

Nominaties NVTG BouwAward 2010 bekend...

Van de circa 40 projecten die voor de NVTG BouwAward 2010 zijn ingestuurd, heeft de j...Lees verder

NVTG-congres Second life: anticiperen op de toekomst van de zorg

Door de steeds wijzigende regelgeving en de snel veranderende digitale omgeving moeten zorginstellingen en woon-zorgcombinaties zich heroriënteren op hun doelstellingen en hun markt. Het thema “Second life” van het NVTG-congres 2010 sluit hier precies bij aan.

In anderhalve eeuw tijd is de levensverwachting van de westerse mens verdubbeld. Dit blijft niet zonder gevolgen voor de invulling van de tweede helft van het leven. We hebben te maken met een bevolkingsgroep die wensen en eisen heeft op het gebied van wonen en zorg. Wensen die in een virtuele wereld heel mooi te schetsen zijn, in 3D zelfs, maar die wél vertaald moeten worden naar de alledaagse realiteit. In die realiteit gaan de ontwikkelingen op het gebied van organisatie, vastgoed en technologie razendsnel. Dit maakt het moeilijk om de effecten ervan voor de langere duur vroegtijdig in te schatten. Een situatie die de zorgaanbieders in een onmogelijke spagaat plaatst. Ze moeten investeren in een ongewisse toekomst, in een situatie waarin de spelregels van overheid en zorgverzekeraars steeds veranderen en voor een doelgroep die steeds kritischer wordt.

De organisatie van het NVTG-congres 2010 helpt de bezoekers daarom om even gas terug te nemen en de gebeurtenissen eens goed te overzien. Op basis van inspirerende en uitdagende lezingen staan we twee dagen stil bij de vraag of en hoe aan al die ontwikkelingen in organisatie, vastgoed en technologie enige restwaarde te ontlenen valt en of ze kans geven op een tweede leven. Het thema van dit congres luidt daarom: second life. In FMT 3 een uitgebreide voorbeschouwing op dit congres met bedrijvenmarkt.

Alles over het NVTG-congres

Nominaties NVTG BouwAward 2010 bekend

Van de circa 40 projecten die voor de NVTG BouwAward 2010 zijn ingestuurd, heeft de jury acht projecten genomineerd. De NVTG BouwAward wordt uitgereikt tijdens het NVTG congres dat 15 en 16 april plaatsvindt in Congrescentrum Mooirivier in Dalfsen.

De genomineerde projecten zijn:

Sinaï Locatie Bankras (Amstelveen)

VU Kinderstad (Amsterdam)

Duurzaam Verblijf (Beilen)

Aan de Pas  (Bunde)

Parkhoff  (Dordrecht)

De Fjord (Capelle aan den IJssel)

Vlietland Ziekenhuis (Schiedam)

Steinmetz | De Compaan (Den Haag)

Lees het volledige verhaal in FMT 2/2010

Zorgsector zelf verantwoordelijk voor goed en veilig onderhoud

Na incidenten in de afgelopen jaren zijn de mogelijke risico’s van gebruik van technologie in zorginstellingen breed in de belangstelling komen te staan. Het ministerie van VWS stelt zich op het standpunt dat activiteiten om de veiligheid te verbeteren door relevante partijen in de zorgsector zelf ter hand genomen moeten worden. Om dit proces te stimuleren waren op 3 december 2009 een 40-tal partijen door het ministerie uitgenodigd voor een zogenaamde invitational conference waarbij het onderhoudsaspect, en meer specifiek de certificering van onderhoudsdiensten, centraal stond. Na de conferentie hebben deelnemende partijen het verzoek van het ministerie ontvangen uiterlijk per 19 maart 2010 hun visie m.b.t. certificering kenbaar te maken.

Alvorens in te gaan op de conferentie en hetgeen daaruit voort moet of kan komen, geven we een overzicht van enkele onderliggende relevante publicaties. Op 29 mei 2009 schreef minister Klink een brief aan de 2e Kamer als reactie op het IGZ-rapport “Staat van de gezondheidszorg 2008” (SGZ 2008). Met deze brief kondigt de minister een plan van aanpak aan om de risico’s te verminderen bij de toepassing van technologie in de gezondheidszorg. In dezelfde periode van de verschijning van SGZ 2008 (oktober 2008) komt ook de Orde van Medisch Specialisten met een leidraad, waarop wordt gereageerd door een aantal professionele verenigingen. Degenen die zich breder willen ‘inlezen’ in de materie worden verwezen naar de publicaties zoals vermeld in het kader.

Lees het volledige artikel in FMT 2/2010

Eerste Europese conferentie over medisch afval in Amsterdam

Educatie en internationale kennisuitwisseling over afvalverwerking centraal tijdens eerste European Medical Waste Conference

Deelnemers uit verschillende Europese landen komen op 2 en 3 februari naar Amsterdam om te praten over medisch afval. Tijdens de eerste European Medical Waste Conference in Amsterdam RAI wisselen ze ideeën uit met experts en bespreken ze de noodzaak van Europese wet- en regelgeving op dit gebied. Het evenement wordt georganiseerd door het European Institute for Medical Waste (EIMW), een organisatie die zich bezighoudt met onderzoek naar medisch afval en voorlichting van ziekenhuispersoneel.

Medical waste management omvat het verpakken, vervoeren en verwerken van medisch afval. Hoewel ziekenhuizen steeds meer aandacht besteden aan dit onderwerp, is er binnen Europa nog geen uniforme wetgeving. Tijdens de European Medical Waste Conference (EMWC) wordt kennis en ervaring op dit gebied samengebracht, met als doel medisch personeel voor te lichten en samen te werken aan uniforme wet- en regelgeving.

Naast een internationaal programma met sprekers van onder meer de World Health Organisation, National Health Service uit Engeland, Waste Not Want Not International (VS), Institut Pasteur en Société Nationale de Contrôle Technique, onderdeel van het Luxemburgse ministerie van verkeer, zijn er parallelle programma’s voor deelnemers uit Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Noorwegen, Zweden en Denemarken. In een expositie zullen verschillende aanbieders de nieuwste technologieën op het gebied van medisch afval laten zien. Bezoekers kunnen hier ideeën uitwisselen met collega’s en aanbieders uit verschillende landen.

“Er is internationaal steeds meer aandacht voor afval in de gezondheidszorg“, aldus keynote spreker op het congres Philip Rushbrook, Visiting Professor van de University of Northampton. “Het onderwerp is altijd al belangrijk geweest, maar nu milieu- en gezondheidsstandaarden steeds strenger worden is er nog meer aandacht voor het veilig verwerken van medisch afval. Het is goed dat hier internationaal over gesproken wordt, want medisch afval kent geen grenzen; we kunnen veel van elkaar leren en de EMWC is een unieke mogelijkheid om dat te doen.”

Ed Krisiunas, voorzitter van Waste Not Want Not International: “Veel wet- en regelgeving op het gebied van medisch afval in Europa is de afgelopen twintig jaar nauwelijks veranderd. De technologische mogelijkheden, daarentegen, zijn enorm toegenomen. Daarom wordt het de hoogste tijd dat we internationaal samen gaan nadenken over medisch afval en tot gezamenlijke richtlijnen komen.”

Jaime Essed, voorzitter van het European Institute for Medical Waste en organisator van het evenement: “Het is voor het eerst dat een internationale conferentie over dit onderwerp wordt gehouden. Alle belangrijke experts en instellingen die zich met medical waste management bezig houden, zullen er zijn. De conferentie is onmisbaar voor iedereen die zich bezighoudt met medisch afval.”

Het programma van de EMWC is samengesteld door een commissie die bestaat uit verschillende internationale experts:

-      Jaime Essed, voorzitter van het European Institute for Medical Waste

-      Philip Rushbrook, Visiting Professor van de University of Northampton

-      Nathalie Denoyés, Institut Pasteur

-      Pawel Gluzynski, Healthcare Without Harm

-      Farzad Henareh, European Institute for Medical Waste

-      Julie Pompe, Société Nationale de Contrôle Technique Luxembourg

-      Malcolm Holliday, National Health Service (UK), consultant microbiologist en expert in efficacy testing ATT

-      Gertie van Knippenberg-Gordebeke, internationaal consultant op het gebied van infectiepreventie

-      Ed Krisiunas, voorzitter van Waste Not Want Not International

-      John S. Leigh, Medical Centre USA

Het Nederlandse programma is samengesteld door een commissie die bestaat uit Ron Abcouwer (AMC Amsterdam), Marijke Bilkert-Mooiman (Inspectie voor de Gezondheidszorg), Rene Lamphen (LAZAC Adviesbureau) en Arjan van Drongelen (RIVM).

Meer informatie over het programma en de expositie is te vinden op http://www.emwc-web.org/. Ook kunnen deelnemers zich hier inschrijven.

Grip op onderhoudscontracten

Zorg dat u niet voor verrassingen komt te staan en organiseer zelf dat er transparantie is rondom het onderhoudscontract. Dit artikel beschrijft wat hierbij komt kijken en wat de voordelen zijn van goed contractbeheer. Het is van toepassing zowel voor ondernemingen die hun bestaande contracten willen evalueren als voor ondernemingen die een nieuw contract willen opstellen.

Steeds meer organisaties krijgen te maken met het uitbesteden van het onderhoud. Het komt in de praktijk maar al te vaak voor dat er problemen ontstaan door onduidelijkheid over wat welke partij doet of zou moeten doen. Daarnaast wordt steeds meer geld uitgegeven aan het verlenen van onderhoudswerkzaamheden en services. Door de hoeveelheid aan verschillende leveranciers neemt de complexiteit van het beheer van de onderhoudscontracten toe.

Momenteel is er een tendens gaande waarbij operationele organisaties overgaan naar beheerorganisaties. Concreet betekent deze overgang dat de onderhoudswerkzaamheden steeds meer worden uitbesteed. Aanleidingen hiervoor zijn bijvoorbeeld; kostenbeheersing, het richten op de interne kerncompetenties en de vergrijzing binnen veel technische organisaties. Ook komt het voor dat een organisatie genoodzaakt is om specialistische onderhoudskennis voor specifieke apparatuur in te huren. Om voor alle partijen duidelijkheid te verschaffen worden de afspraken omtrent de werkzaamheden vastgelegd in een onderhoudscontract.

Tijdens de looptijd van een contract is het van belang dat de gemaakt afspraken ook worden nageleefd. De interne beheerorganisatie van de opdrachtgever die hier verantwoordelijk voor is, kan dit alleen realiseren als de afspraken bij het afsluiten van het contract goed zijn vastgelegd.

Belang van registratie van contractgegevens

Waarom is een gestructureerde vorm van contractbeheer noodzakelijk? De ervaring leert dat onderhoudscontracten naast veel geld vaak ook veel tijd kosten om te beheren. Met name het afhandelen van allerlei zaken die niet goed zijn vastgelegd in het contract kost gedurende de looptijd van het contract veel tijd.

Of het nu gaat om tijdbesparing of kostenbesparing, voor beide gevallen is het sleutelwoord ‘transparantie’. Zorg ervoor dat in een onderhoudscontract duidelijk vast ligt wat de afspraken zijn, hoe de verantwoordelijkheden liggen en tegen welke kosten de omschreven werkzaamheden worden verricht.

Het belang voor goed contractbeheer is al meerdere malen beschreven. In dit artikel wordt een concrete oplossing aangereikt om hiermee proactief aan de slag te gaan.

Lees meer in FMT 12/2009

Wat wordt het mooiste ziekenhuis van Nederland?

Afgelopen september is de nieuwbouw van de Isala klinieken in Zwolle feestelijk van start gegaan. In deze voor de bouw- en de ziekenhuissector moeilijke tijden is het opmerkelijk ambitieus om er meteen ‘het mooiste ziekenhuis van Nederland’ van te willen maken. Daar wilden we meer over weten. Hoe ziet dat ziekenhuis er uit en wie en welke filosofie zitten achter het ontwerp?

Deze en aanverwante vragen legden wij voor aan de Architectenmaatschap Isala (AMI), die verantwoordelijk is voor het ontwerp van dit nu al spraakmakende ziekenhuis.

In 1999 schreef Isala een prijsvraag uit voor het ontwerp van een nieuw ziekenhuis. De inwoners van Zwolle (de toekomstige klanten) en medewerkers mochten meebepalen welke architectuur het meest aansprak. Een organisch ontwerp had unaniem de voorkeur. AMI heeft uiteindelijk de opdracht gekregen. Nu, negen jaar later, is het ontwerp in uitvoering. Eind 2013 moet het ziekenhuis open gaan.

In FMT 12/2009 een uitgebreide reportage.

Toepassing van UV-desinfectie in de luchtbehandeling van een ziekenhuis

Door: Ir. Eliane Khoury en Caroline Nurmohamed, Deerns raadgevende ingenieurs bv

De laatste jaren zijn in Nederland systemen in opkomst die lucht met ultraviolet (UV) licht reinigen of desinfecteren. Leveranciers claimen dat virussen, bacteriën en schimmels door UV-bestraling worden uitgeschakeld en dat op deze manier de binnenluchtkwaliteit wordt verbeterd. In de Nederlandse praktijk is de toepassing van UV-technologie in de luchtbehandeling relatief nieuw. De vraag is echter of UV-desinfectie wel zo effectief is als wordt beweerd en of toepassing van UV-systemen ten opzichte van de bestaande praktijk een verbetering van de luchtkwaliteit geeft.

In de binnenlucht van gebouwen zijn verontreinigingen aanwezig, zoals stofdeeltjes, gassen en micro-organismen. De meeste micro-organismen vormen voor gezonde mensen geen ernstige bedreiging. Zij kunnen echter wel gevaarlijk zijn wanneer sprake is van een verminderd afweersysteem, zoals bij ziekenhuispatiënten.

In toenemende mate wordt de rol van de verspreiding van infectieziekten via de lucht onderkend. Een goede luchtbeheersing is van belang: met de juiste techniek kan de verspreiding van deze aërogene micro-organismen worden tegengegaan. In de gezondheidszorg worden voor bepaalde afdelingen bijzondere eisen gesteld aan het binnenklimaat en de kwaliteit van de toegevoerde ventilatielucht. Naast het blokkeren van organismen via filters, bestaat er ook de mogelijkheid om micro-organismen onschadelijk te maken via desinfectie.

In de VS worden al ruim 50 jaar UV-systemen, die lucht met ultraviolet (UV) licht desinfecteren, toegepast. Voor de Nederlandse praktijk is de toepassing van UV-technologie in de luchtbehandeling relatief nieuw. Inmiddels zijn er Nederlandse ziekenhuizen die UV-systemen (willen) toepassen. De vraag is echter of deze systemen wel zo effectief zijn in het uitschakelen van micro-organismen als leveranciers beweren en of toepassing van UV-systemen een verbetering van de luchtkwaliteit geeft ten opzichte van de bestaande praktijk.

Het doel van dit artikel is te analyseren of de UV-technologie op dit moment effectief kan worden toegepast in de luchtbehandeling van ziekenhuizen.

Aërogene micro-organismen en gezondheidsrisico’s

Er zijn verschillende soorten micro-organismen, met een enorme variatie in type, grootte en kenmerken. Aërogene micro-organismen kunnen luchtweginfecties en huid- of wondinfecties veroorzaken. Enkele micro-organismen die typische ziekenhuisinfecties kunnen veroorzaken zijn:

  • schimmels (groter dan 2 μm), kunnen schimmelinfecties veroorzaken;
  • bacteriën (0,2 tot 5,0 μm), zoals de tuberculosebacterie, legionella en MRSA;
  • virussen (0,02 tot 0,5 μm), zoals griepvirussen, H5N-1 en SARS.

Opgemerkt dient te worden dat ook dode micro-organismen infecties kunnen veroorzaken (1).

Bronnen

De mens zelf is de grootste bron van infectueuze micro-organismen via huidschilfers en aërosolen. Per dag verliest een persoon miljoenen dode huidcellen die bacteriën bevatten die van nature op de huid voorkomen. Deze kleine deeltjes kunnen zich aan stofdeeltjes binden die makkelijk in de lucht worden verspreid. Ook virussen worden via stofdeeltjes verspreid. Aërosolen, besmette druppels, komen via hoesten, niezen of zelfs praten in de lucht (afbeelding 1). De verblijftijd van aërosolen in de lucht voordat ze op de grond vallen, is onder andere afhankelijk van deeltjesgrootte. Kleinere aërosolen blijven langer in de lucht zweven en kunnen makkelijker doordringen tot de longblaasjes, waar ze schade kunnen aanrichten.

Richtlijnen luchtbehandeling in ziekenhuizen

Er is geen wettelijk kader waarin eisen voor de binnenluchtkwaliteit zijn vastgelegd. In de praktijk worden luchtbehandelingsinstallaties van ziekenhuizen ontworpen aan de hand van de bouwmaatstaven (volgens het voormalige bouwregime van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi)) van het College bouw zorginstellingen (CBZ) (2) en de richtlijnen opgesteld door de Werkgroep Infectiepreventie (WIP) (3). Voor operatiecomplexen is ook het Beheersplan Luchtbehandeling voor de Operatieafdeling (2005) van belang (4). De Inspectie voor de Gezondheidszorg toetst ziekenhuizen aan deze richtlijnen.

De richtlijnen voor ziekenhuisruimten met verhoogde hygiënische eisen schrijven filters voor om de lucht van verontreinigingen te ontdoen. UV-technologie wordt in slechts één richtlijn genoemd. In de WIP-richtlijn “Preventie van besmetting met tuberculose in ziekenhuizen (2004)” over het toepassen van UV-bestraling wordt vermeld dat er onvoldoende informatie is om deze techniek aan te bevelen in ruimten waar patiënten komen. Volgens de richtlijnen is UV-desinfectie dus geen geaccepteerde methode.

Werkingsmechanisme van UV-desinfectie

Ultraviolet licht is niet zichtbaar voor het menselijke oog. Er is een onderverdeling op basis van golflengte in vier groepen (afbeelding 2): vacuüm UV (100 tot 200 nm), UVC (200 tot 280 nm), UVB (280 tot 315 nm), en UVA (315 tot 400 nm). Alle UV-straling is schadelijk voor micro-organismen, maar het effect van UVC-straling is het grootst, omdat UVC door de korte golflengte wordt geabsorbeerd door celkernen. UVC beschadigt het DNA of RNA (afbeelding 3), waardoor een micro-organisme wordt geïnactiveerd of zelfs kan afsterven. Voor de toepassing van UV-desinfectie worden lagedruk kwiklampen gebruikt (afbeelding 4), die een emissie hebben van 253,4 nm.

UV-bestraling is alleen effectief op direct bestraalde objecten. Lucht of materiaal dat is afgeschermd door obstakels wordt niet gedesinfecteerd. Indien een micro-organisme via bijvoorbeeld een huidschilfer of aërosolen wordt verspreid kan het laagje vuil of slijm ook een obstakel vormen, waardoor UV-licht moeilijker kan doordringen tot het micro-organisme en de bacteriedodende werking wordt beperkt.

[curs]Ultraviolette dosering

De stralingsdosis die door het UV-systeem moet worden afgegeven kan theoretisch worden bepaald met het microbieel desinfectiemodel (5). Een parameter in het model dat de gevoeligheid voor straling weergeeft, is de afstervingsconstante. Algemeen geldt dat virussen en bacteriën gevoeliger zijn voor UV-straling dan de grotere schimmels. Naast deeltjesgrootte is de gevoeligheid ook afhankelijk van factoren als temperatuur, vochtigheid en luchtsnelheid. Bovendien heeft een micro-organisme in lucht een andere gevoeligheid dan in water of op een oppervlak. Sommige micro-organismen worden niet effectief geïnactiveerd door resistentie en het optreden van reparatiemechanismen.

De hoeveelheid UV-straling benodigd voor de inactivatie van micro-organismen wordt bepaald door de intensiteit en de blootstellingduur aan de UV-straling. De dosis nodig voor 90% inactivatie, de D90-dosis, is afhankelijk van de afstervingsconstante. Uit tabel 1 blijkt dat er voor verschillende micro-organismen een grote variatie is in de benodigde D90-dosis (5,6).

Typen UV-systemen

UV-desinfectie van lucht wordt op verschillende manieren toegepast:

  • full-air irradiation: UV-lampen belichten de lucht, en ook oppervlakken, in de gehele ruimte. Deze methode is alleen toepasbaar in niet bezette ruimten, vanwege het gevaar van UV-blootstelling voor mensen;
  • upper-air irradiation: boven de hoofden van de aanwezigen, in een hoge luchtlaag in de ruimte, wordt een UV-stralingsveld gecreëerd, waarin de circulerende ruimtelucht wordt gedesinfecteerd;
  • verplaatsbare recirculatie unit (afbeelding 5): wordt in een ruimte opgesteld en reinigt de lucht die door een ventilator langs de UV-lamp wordt geleid;
  • luchtkanaalsystemen (afbeelding 6): UV-lampen in luchtkanalen bestralen de langsstromende ventilatielucht. UV-bestraling van componenten als filters, koelbatterijen en bevochtigers heeft als bijkomend effect dat schimmel- en bacteriegroei wordt tegengegaan.

Recirculerende UV-systemen zijn altijd voorzien van (HEPA-)filters om de lampen te beschermen tegen stof en om dode micro-organismen of deeltjes die niet worden geïnactiveerd uit te filteren.

Toepassingsmogelijkheden in ziekenhuizen

In het buitenland worden luchtkanaal- en upper-air-systemen toegepast in ruimten waar verhoogde hygiënische eisen gelden, zoals operatiekamers, intensive care-afdelingen (IC), isolatiekamers. UV-systemen worden altijd gebruikt in aanvulling op filtratie. Zo zijn HEPA-filters heel goed in staat de grote deeltjes uit te filteren, maar zijn minder effectief tegen kleine virusdeeltjes (7). UV-desinfectie is minder geschikt voor de aanpak van grote micro-organismen, zoals schimmels.

Luchtkanaalsystemen kunnen ook worden toegepast als er bijzondere eisen worden gesteld aan de afvoer van ventilatielucht, zoals soms bij isolatiekamers of laboratoria, of als er sprake is van luchtrecirculatie.

Stand-alone recirculatie units kunnen worden ingezet in bijvoorbeeld isolatiekamers, IC-kamers, maar in de VS ook op algemene verpleegafdelingen, behandelkamers, kantoor- en wachtruimten.

Full-air-systemen worden toegepast om bijvoorbeeld operatiekamers buiten gebruikstijden te desinfecteren.

Voordelen van UV-desinfectie

In onder andere de VS en Groot-Brittannië is veel onderzoek verricht en nog gaande naar het effect van UV-licht op micro-organismen en de effectiviteit van UV-systemen (5). Uit een aantal onderzoeken blijkt dat het aantal ziekenhuisinfecties afneemt. Andere onderzoeken laten geen significante verbeteringen zien. Als door UV-desinfectie de kans op besmettingen daadwerkelijk afneemt, kan dit leiden tot een hogere patiënt turn over en een lager personeelsziekteverzuim. In de VS, waar in ziekenhuizen sprake is van luchtrecirculatie door de hoge luchtvochtigheid en extreme temperaturen van de buitenlucht, geeft het gebruik van UV-desinfectie in aanvulling op filtratie een besparing in het koelen of verwarmen van buitenlucht.

Nadelen van UV-desinfectie

Het toepassen van een UV-systeem brengt in Nederland op dit moment extra investerings-, energie- en onderhoudskosten met zich mee. Dit komt enerzijds doordat UV-desinfectie volgens de Nederlandse richtlijnen geen vervanging is van filters. Anderzijds is er geen voordeel van (meer) recirculatie, omdat voor sommige ruimten een hoeveelheid verse buitenlucht wordt geëist.

In tegenstelling tot wat door sommige leveranciers wordt beweerd kan UV-desinfectie niet alle micro-organismen uitschakelen. Schimmels en sommige bacteriën en virussen zijn minder gevoelig. Bovendien is het afdodende effect nog niet voor alle micro-organismen in een praktijksituatie aangetoond. Laboratoriumtesten van de effectiviteit van UV-systemen geven geen realistisch beeld, omdat de samenstelling van de binnenlucht van een ziekenhuisruimte onbekend en veranderlijk is. De effectiviteit van UV-desinfectie hangt af van de gebruikssituatie.

Er is geen kant en klaar pakket dat direct ingepast kan worden in de luchtbehandelingsinstallatie van een willekeurig ziekenhuis. Voor elke toepassing moet, afhankelijk van de problemen die spelen, voor een gewenste stralingsdosis worden gekozen. Deze stralingsdosis is niet eenduidig te bepalen. In de literatuur is er geen consensus over de waarden van de afstervingsconstanten (8), of de waarde is niet voor lucht bekend. Door gebrek aan standaardisatie zijn de resultaten uit internationaal onderzoek niet zomaar toepasbaar in de praktijk. Meer onderzoek is nodig op dit gebied.

Bij de upper-air- en recirculatiesystemen is de menging en circulatie van de ruimtelucht belangrijk. Er is weinig bekend over de optimale locatie van dergelijke units in de ruimte (9).

UVC-licht is schadelijk voor de mens. In verblijfsruimten is een goede afscherming van de lampen nodig. Bovendien produceren UV-lampen ozon. Omdat ozon schadelijk is voor de mens, mag de ozonconcentratie niet boven de MAC-waarde (0,06 ppm) uit komen.

De lampintensiteit vermindert in de loop van de tijd, waardoor de benodigde stralingsdosis niet continu wordt afgegeven. De levensduur van een UV-lamp is circa 8.000 uur, echter na 1.000 uur kan de intensiteit al zijn gedaald naar 85%.

UV-desinfectie en infectiepreventie

Praktijkonderzoeken op het gebied van luchtdesinfectie in ziekenhuizen laten wisselende resultaten zien. Een mogelijke verklaring hiervoor is het gebrek aan kennis van de juiste ontwerpparameters voor een effectieve toepassing.

Uit het oogpunt van infectiepreventie is het belangrijk dat de juiste installatie wordt geïmplementeerd. Cruciaal is de identificatie van de belangrijkste micro-organismen die een besmettingsgevaar vormen in de ruimte of afdeling. Pas als het om micro-organismen gaat die zich voornamelijk via lucht verspreiden en gevoelig zijn voor UV-licht kan UV-desinfectie een optie zijn. Voor een goede werking moet een continue afgifte van de ontwerpintensiteit (of de juiste stralingsdosis) gewaarborgd zijn.

Conclusies

Voor bepaalde ruimten in een ziekenhuis zou UV-desinfectie in luchtkanalen een aanvulling kunnen zijn op filtratie. Hoewel wordt beweerd dat UV-straling vooral effectief is in het inactiveren van kleine virusdeeltjes, is dat nog niet voor alle micro-organismen aangetoond of bekend. De meerwaarde voor infectiepreventie is afhankelijk van de situatie en moet uit de praktijk blijken. Nader onderzoek op dit gebied is nodig.

Als door UV-desinfectie de kans op besmettingen daadwerkelijk afneemt, dan heeft dit wellicht een hogere turn over en een lager personeelsziekteverzuim tot gevolg. Per geval zal moeten worden beoordeeld of deze besparingen de extra investerings-, energie- en onderhoudskosten compenseren.

Door de vele onzekerheden in het gebruik en de effectiviteit van UV-systemen is het niet aan te bevelen UV-desinfectie standaard toe te passen in de luchtbehandeling van een ziekenhuis.

Als UV-desinfectie wordt overwogen, is een juiste toepassing afgestemd op de gebruikssituatie van groot belang.

Referenties

(1) Ham, Ph.J. (2002) Handboek Ziekenhuisventilatie. TNO Preventie en Gezondheid.

(2) Website: www.bouwcollege.nl

(3) Website: www.wip.nl

(4) Beheersplan luchtbehandeling voor de operatieafdeling (2005).

(5) Kowalski, W.J. (2006) Aerobiological Engineering Handbook. New York: McGraw-Hill.

(6) Kowalski, W.J. et al. (2009) A Genomic Model for the Prediction of Ultraviolet Inactivation Rate Constants for RNA and DNA Viruses. IUVA Air Treatment Conference, Cambridge, MA, May 5. (http://www.aerobiologicalengineering.com/pubs.html)

(7) Kowalski, W.J. (2003) Immune Building Systems Technology. New York: McGraw-Hill

(8) Kowalski, W.J. (2009) UVGI for Cooling Coil Disinfection, Air Treatment, and Hospital Infection Control. American Air & Water, Inc. (www.americanairandwater.com)

(9) Beggs, C.B. Engineering the control of airborne pathogens. School of Civil Engineering, University of Leeds, Leeds LS2 9JT, UK. (http://www.efm.leeds.ac.uk/CIVE/MTB/main.html#beggs)

Voor tabellen en afbeeldigen bij dit artikel verwijzen we u naar FMT gezondheidszorg 10/2009

Kwalificeren van operatiekamers conform SWKI 99-3 en VDI 2167

Op basis van de sinds de laatste jaren ontwikkelde OK-concepten met grote inblaasplafonds en een afgebakend, gespecificeerd operatiegebied, zijn enige verbeteringen doorgevoerd op het terrein van luchtbeheersing en infectiepreventie. Deze nieuwe ontwikkeling biedt in de praktijk een nog betere bescherming aan het wondgebied, het steriel aangeklede operatieteam en vooral de steriele instrumententafels. Ten opzichte van de huidige stand van de techniek zijn deze concepten niet alleen energetisch verbeterd, maar is tevens het gehele luchtstromingprofiel geoptimaliseerd.

Als aanzet tot deze verbetering diende de in 2003 nieuw gepubliceerde Zwitserse richtlijn voor de OK, de SR 99/3 (Bron 1). Deze Zwitserse richtlijn is door de VDI in Duitsland als ontwerptekst vrijwel letterlijk overgenomen (Entwurf VDI 2167) en vormt tevens de basis voor het ontwerp van een Europese richtlijn (Bron 2).

In de genoemde richtlijnen wordt voor het eerst de gehele OK als totaalconcept voor de beoordeling van de luchtkwaliteit binnen de ruimte genoemd. Als beoordelingsinstrument voor de beschermingsklasse van de OK wordt een gedefinieerde meetopstelling beschreven. Op grond van de variaties in de meetresultaten is het nu mogelijk om uitspraken te rechtvaardigen over verschillende uitvoeringsvormen en inrichtingen, en hun invloed op de laminaire luchtstroming binnen het operatiegebied. In dit artikel zullen enkele specifieke inrichtingen (parameters) nader worden besproken.

Lees verder in FMT gezondheidszorg 11/2009

Veel vraag naar studenten Gezondheidszorg Technologie

KurJC
Vijf jaar geleden startte de Hogeschool Rotterdam met de Hbo-opleiding Gezondheidszorg Technologie. Inmiddels zijn er 19 studenten afgestudeerd, die allemaal meteen een baan hebben gevonden. Ook stagiaires van de opleiding zijn gewild.
Volgens Hans Kurpershoek, docent van de opleiding valt er in Nederland nog aardig wat te winnen op het gebied van Gezondheidszorg Technologie. “Technologie wordt steeds belangrijker. Neem alleen al de vergrijzing. We moeten straks met veel minder mensen voor veel meer mensen zorgen. Door beter gebruik te maken van techniek, is er meer mogelijk.” Als voorbeeld noemt Kurpershoek de zorg in verpleeghuizen, waar ’s nachts normaal gesproken drie verzorgenden zijn voor een afdeling met 60 patiënten die lijden aan dementie. “Als daar gebruik wordt gemaakt van slimme camera’s, zijn twee verzorgers voldoende.” Of het gebruik van sensors waarmee per patiënt de bewegingsruimte kan worden vastgesteld. “Voor iemand die zelfstandig naar het toilet kan, gaat de deur open, maar voor iemand die dat niet meer kan, blijft de deur dicht.” Ook in de thuiszorg is volgens de docent veel te winnen. “Waar in ziekenhuizen technische oplossingen steeds normaler zijn, wordt er in de thuiszorg maar mondjesmaat gebruik van gemaakt. Als verpleegkundigen een laptop meenemen met een patiëntendossier, zou dat enorm veel tijdwinst opleveren. Een collega die de patiënt later bezoekt, weet meteen wat er aan de hand is. En er is minder kans op fouten.”

Lees verder in FMT Gezondheidszorg nummer 6/7-2009

Bouwen van parkeerruimte voor latere verkoop of verhuur

In het eerste deel van de serie “Het benutten van fiscale mogelijkheden” zijn de btw- en overdrachtsbelastingaspecten van de ontwikkeling van een gezondheidscentrum aan de orde gekomen. In dit artikel zullen wij nader ingaan op de btw- en overdrachtsbelastingaspecten met betrekking tot de bouw van een parkeerruimte in het kader van de latere verhuur of verkoop (levering) van deze parkeerruimte: ‘Welk fiscaal voordeel kan behaald worden bij de aanschaf van grond voor, en de verkoop van, parkeerruimte?’
Zoals blijkt uit het artikel in FMT 09/2, kan onder voorwaarden een fiscaal voordeel behaald worden bij de bouw van vastgoed. Hiervoor is echter van belang om tijdig vast te stellen welke prestaties voor de btw-regelgeving op/in het betreffende onroerend goed verricht gaan worden. Op deze wijze kan namelijk het aftrekrecht bepaald worden en aan de hand daarvan of, en waar, mogelijkheden liggen om een fiscaal voordeel te behalen.

In dat kader zullen wij nader ingaan op de btw-behandeling van verhuur van een parkeerruimte. Hierna zullen wij ingaan op het aftrekrecht en de eventuele mogelijkheden om een fiscaal voordeel te behalen ten aanzien van de aanschaf van de grond voor de parkeerruimte. Wij zullen een zelfde stramien volgen bij de verkoop van een parkeerruimte. Allereerst gaan wij nader in op de prestatie zelf en of deze leidt tot btw-heffing of niet. Daarna zullen ook hier het aftrekrecht en de mogelijkheden om een fiscaal voordeel te behalen de revue passeren.

Lees meer in FMT Gezondheidszorg nummer 6/7-2009