“Rotterdam wordt beter”. Zo luidt de slogan van de communicatiecampagne voor de nieuwbouw van het Erasmus MC. Uiteraard slaat het beter worden in eerste instantie op de medische context. Daarnaast slaat de slogan ook nadrukkelijk op het stadsbeeld van Rotterdam. Met de nieuwbouw van het Erasmus MC wordt dit er (nog) mooier op. FMT in gesprek met drs. Liesbeth van Heel, projectsecretaris en sectormanager van de Expertisegroep nieuwbouw van het Erasmus MC.
Het Erasmus MC is voortgekomen uit een fusie in 2003 van het Academisch Ziekenhuis Rotterdam (incl. het Sophia Kinderziekenhuis en de Daniel den Hoedkliniek) met de Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het Erasmus MC is gevestigd in het centrum van Rotterdam. Het oncologisch centrum Erasmus MC-Daniel den Hoed staat nu nog in Rotterdam-Zuid.
De totale nieuwbouw van het Erasmus MC omvat 185.000 m2 bvo. Het is het grootste ziekenhuisnieuwbouwproject van Nederland. Er wordt de komende jaren bij het Erasmus MC niet alleen nieuwbouw gerealiseerd. Ook worden bestaande gebouwdelen ingrijpend gerenoveerd. De vernieuwing van Erasmus MC omvat de nieuwbouw van het ziekenhuis (Nieuwbouw Tranche 1) en het Onderwijscentrum, de uitbreiding van het Sophia Kinderziekenhuis en de vernieuwing van het Thoraxcentrum. Erasmus MC-Daniel den Hoed verhuist in 2017 van Rotterdam-Zuid naar de nieuwbouw. Liesbeth van Heel merkt op dat het Erasmus MC hoge doelen stelt: ‘ We zijn voor onze partners in het bouwproces een kritische opdrachtgever. We willen een universitair medisch centrum realiseren van het hoogst mogelijke ambitieniveau; dat geldt voor het zorgconcept en de gebouwkwaliteit. Het Erasmus MC profileert zich op de gebieden procesinnovatie, healing environment en duurzaamheid.’
[tk} Locatie
In 1998 ontstonden de eerste plannen voor de nieuwbouw. Liesbeth van Heel vertelt dat vanaf het begin EGM architecten bij het project betrokken is. Allereerst om antwoord te geven op de vraag of het wel mogelijk was op de bestaande locatie een dergelijke omvangrijke nieuwbouw te plegen. Toen die vraag positief beantwoord werd, kon de procedure worden gestart.
Eind 2000 werd de aanvraag voor verklaring nieuwbouw ingediend bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Toen deze in 2003 werd afgegeven brak voor het Erasmus MC het moment aan om eveneens te gaan investeren in het op niveau brengen van afdelingen in de bestaande bouw. Liesbeth van Heel: ‘We wisten toen waar we aan toe waren. In 2017 ronden we de nieuwbouw af, dat betekent dat sommige afdelingen nog heel wat jaren in gebruik zijn. Als ziekenhuis voelden we ons verplicht voor de tussenliggende periode afdelingen op een niveau te brengen dat past bij de tijd.’
In 2009 is het Erasmus MC gestart met de uitvoering van de nieuwbouw. ‘We hebben de bouw opgesplitst in Bouwdeel Oost en Bouwdeel West. Van Bouwdeel Oost hebben we recent het hoogste punt bereikt. Met 30 verdiepingen en een hoogte van 120 meter is de kantoortoren een nieuw landmark voor de stad. Naast de toren is het lagere deel van Bouwdeel Oost gelegen. In dit bouwdeel komen de apotheek, laboratoria, de afdeling Revalidatiegeneeskunde/fysiotherapie, het thema gezondheidswetenschappen en de Centrale Sterilisatie Afdeling. De verhuizing van deze afdelingen vindt begin 2013 plaats.’
[tk] Fasering
Planning en uitvoering van het bouwproject is verdeeld in drie deelprojecten: casco, inrichting en inventaris & inhuizing. Het casco was bij de aanbesteding volledig als bestek uitgewerkt, maar voor de inrichting wordt gewerkt met een verrekenboek. Gefaseerd worden tekeningen aangeleverd. Liesbeth van Heel: ‘Je kunt alleen op deze manier werken als je ervan overtuigd bent dat het concept goed is, dat het de mogelijkheden biedt om aanpassingen te maken. Onze werkwijze betekent dat we al aan het bouwen zijn, terwijl de lay-out voor sommige afdelingen nog moet worden vastgesteld. Vanaf het begin hebben wij de nadruk gelegd op de aanpasbaarheid van het gebouw. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de standaardhoogten. Alle verdiepingen zijn vier meter hoog. Dat geldt alleen niet voor de kantoortoren. Daar zijn de verdiepingshoogten vanaf de veertiende verdieping 3,75 meter.’
Door de verdeling van het bouwproces in casco, inrichting en inventaris & inhuizing, hoeven we ons in de casco bouwfase nog niet vast te leggen op de apparatuur en infrastructuur die daarvoor is vereist. Daardoor kunnen we tot op een laat moment blijven anticiperen op ontwikkelingen. We hebben bijvoorbeeld met de fundamenten voor Bouwdeel West al rekening gehouden met een MRI-versneller. Van dat apparaat bestaat nu nog slechts een prototype. In onze organisatie bestaat echter de overtuiging dat dergelijke apparatuur beschikbaar gaat komen, dan moet je daar als ziekenhuis op zijn voorbereid. De mogelijkheid tot aanpassingen komt op een geheel andere wijze ook tot uiting in de toepassing van verschillende gevelelementen. Door grote uitneembare geveldelen kunnen we bijvoorbeeld relatief eenvoudig een nieuwe MRI inhuizen.’
[tk] Uitgangspunt is het proces
Liesbeth van Heel vertelt dat voor de ontwikkeling van het gebouwconcept het zorgproces bepalend is geweest. ‘Vanuit de bouw zijn we naar een thematische invulling gegroeid. Deze zorgthema’s bepalen de indeling. Het gaat hier om vijf primaire patiëntenthema’s. Drie ervan komen in de nieuwbouw . Dat zijn“Hersenen en zintuigen”, “Oncologie” (Daniel den Hoed) en “Interne geneeskunde en chirurgie”(Dijkzigt). De thema’s “Circulatie (Thoraxcentrum)” en “Groei, ontwikkeling en voortplanting (Sophia)” blijven in de bestaande huisvesting. Het Thoraxgebouw zal ingrijpend worden gerenoveerd. Daarnaast kennen we twee ondersteunende thema’s `”Spoed, Peri-operatief en intensief” en “Diagnostiek & Advies”. Dit zijn thema’s die als een soort facilitaire organisaties dwars door alle specialismen heen lopen. Langs een verticale liftkern zijn alle voorzieningen van spoedeisende hulp (SEH, IC, OK, interventie radiologie) gepositioneerd en daarmee over en weer snel bereikbaar.’
De indeling in thema’s is ook terug te zien in de verschillende sferen in het nieuwe Erasmus MC. Van Heel: ‘Met name de overheid is in het begin geweest dat deze thematische invulling zou kunnen leiden tot zeven kleine ziekenhuisjes, maar daar is absoluut geen sprake van. Het is een gebouwencomplex dat een eenheid vormt. Hoewel de nieuwbouw veel vierkante meters telt is de opzet compact. Het gebouw zit logisch in elkaar. Aan de stuurgroep waarin onder leiding van een lid van de Raad van Bestuur alle gebruikersgroepen zijn vertegenwoordigd, werd de vraag gesteld: “Doe of de bestaande locatie er niet is, hoe zouden dan de diverse entiteiten er zo logisch mogelijk uitzien?’ Op basis van de informatie die deze vraagstelling opleverde zijn we naar dit concept toegegroeid. ‘
[tk] Patiënt
Zoals het een zich zelf respecterende ziekenhuisorganisatie betaamt stelt het Erasmus MC de patiënt centraal. Van Heel: ‘Dat zie je terug op diverse manieren. Er is gekozen voor een heldere gebouwstructuur met een zogenoemde backbone of passage; dit is een met glas overdekte straat (20 meter breed, 300 meter lang) die de verschillende onderdelen van de bestaande en de nieuwe bebouwing met elkaar verbindt. Hierdoor ontstaat een ruim publieksgebied met een heldere ontsluiting voor alle functiegroepen en een eenvoudige oriëntatie voor patiënten, bezoekers, studenten en medewerkers. De backbone heeft twee niveaus. De goederenlogistiek wordt afgewikkeld op maaiveldniveau, daar zien en merken bezoekers niets van. Op dijkniveau is de passage bestemd voor de publieksstromen ‘
Dat de patiënt, maar ook alle andere gebruikers centraal staan, zien we ook terug in de atria. Door atria te maken in de gebouwdelen ontstaat er, zoals Liesbeth van Heel omschrijft, ‘licht, lucht en ruimte in het gebouw’. De atria liggen aan de buitengevel, zodat ze een verbinding maken naar de stad. De atria betekenen een meerwaarde voor de beleving van het gebouw.
Dat doen ook de dubbele gevels van de verpleegafdelingen met daarin ramen zodat patiënten, als de veiligheid dat toelaat, een raam open kunnen zetten. Door uitsparingen in de gevels van de verpleegafdelingen neemt de gevellengte toe, waardoor er sprake is van meer daglichttoetreding in de verblijfskamers. Dit zijn trouwens allemaal eenpersoonskamers. Van Heel: ‘De voordelen van eenpersoonskamers zijn evident. Denk aan privacy, het langdurig aanwezig kunnen zijn van naasten en de verminderde kans op ziekenhuisinfecties. Wij hebben ook onderzocht of er verschil is in de communicatie tussen arts en patiënten op een- en meerpersoonskamers. We hebben dat onderzocht in een proefafdeling ingericht met 10 eenpersoonskamers naast elkaar en daar tegenover vier vierpersoonskamers. Het blijkt dat er kwalitatief betere communicatie plaatsvindt tussen arts en patiënt op de eenpersoonskamers dan op de meerpersoonskamers.‘, aldus Liesbeth van Heel. Tevens geeft zij aan dat het Erasmus MC bewust heeft gekozen voor een eigen bouwprojectorganisatie waarin veel deskundigheid aanwezig is. Met de eigen projectorganisatie is het Erasmus MC in staat om de ontwikkelingen die in het bouwproces in gang worden gezet voortdurend zelf te toetsen.
‘Op diverse terreinen wil het nieuwe Erasmus MC zich positief onderscheiden. Ik ben ervan overtuigd dat we met deze nieuwbouw een gebouwkwaliteit realiseren die past bij een ziekenhuis dat het UMC van de 21e eeuw wil zijn’, besluit Liesbeth van Heel.
[kader 1]
Hijsfabriek
Voor de bouw van de kantoortoren is gebruik gemaakt van een hijsloods; een soort ‘fabriek’ die bovenop de vierde etage van de kantoortoren werd gebouwd. Het is een platform met overkapping waarbinnen alle werkzaamheden plaatsvonden die nodig waren om in een week tijd een volgende etage van het casco te bouwen. In deze loods werden de gevels geplaatst, de liftkernen opgebouwd en de schachten opgetrokken. Als de etage klaar was, hees de loods zichzelf als het ware omhoog om de volgende etage te bouwen.
Een groot voordeel van deze hijsloods was dat de bouw minder gehinderd werd door de weersomstandigheden waardoor het bouwproces sneller verliep.
[kader 2]
[tk] Zo duurzaam mogelijk
Het Erasmus MC probeert een ‘zo duurzaam mogelijk’ gebouw te realiseren. ‘We hebben een grens getrokken bij wat in acht jaar terug te verdienen is’, vertelt Liesbeth van Heel. ‘Dus geen brandstofcellen of zonnecollectoren op het dak. Wel warmte-koude opslag, betonkernactivering en groene energie, maar geen warmtekrachtkoppeling of experimentele zaken. De daken worden groen, met sedum op de hoge bouwdelen en op andere daken betreedbaar groen in de vorm van complete daktuinen. Met dank aan de gemeente Rotterdam die subsidie geeft op groene daken omdat dit de snelheid waarmee regenwater in de riolen komt in belangrijke mate vertraagt.
‘Waar we nog over denken is het toepassen van een pharmafilter zoals dat ontwikkeld is bij het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft. Dat is een buitengewoon interessant concept.
Dankzij dit pharmafilter produceert het Reinier de Graaf als eerste ziekenhuis én organisatie in Nederland schoon afvalwater, geschikt voor hergebruik en zonder medicijnresten. En passant ontstaat ook minder (ziekenhuis)afval, zijn minder afvaltransporten nodig en vermindert de CO2-uitstoot. ‘