Boven – Header
Boven – Header

Bestuursvoorzitter Isala Rob Dillmann: “Voedingsbodem voor connected care is goed”

Isala, één van de grootste topklinische ziekenhuizen in het land, is begin dit jaar gestart met een eigen Connected Care Center. Alles draait hier om groei van het aandeel ‘connected’ zorg met telemonitoring, online consulten en gespecialiseerde zorg en begeleiding bij de patiënt thuis. Bestuursvoorzitter Rob Dillmann geeft antwoord op vragen over deze revolutie in de ziekenhuiszorg en over de aanpak van Isala.

 

Is verschuiving van zorg ‘naar buiten’ een nieuwe ontwikkeling?

“Wel jong maar niet nieuw. Bij Isala zie je onder meer al bij long- en hartpatiënten dat ze online met ons zijn verbonden en als het ware vanuit huis samenwerken met de zorgverleners in het ziekenhuis. Met apparatuur die gegevens doorseint en ook met eigen meetmomenten door de patiënt en contact daarover met ons. Dus het woord revolutie zit hem niet in de mogelijkheden, maar wel in de enorme groei van dit soort zorgoplossingen die je gaat zien de komende jaren. De kern is dat de patiënt meer en vaker thuis kan blijven in zijn vertrouwde omgeving. En een voordeel is dat de begeleiding en het bewaken hoe het met de patiënt gaat, vaak intensiever is dan bij een klassiek ritme van controles in het ziekenhuis. De soms continue verbinding met ons is bij patiënten die zich zorgen maken een uitkomst. Dat werkt zo bij patiënten die opeens iets overkomt, maar ook bij chronisch zieke patiënten die jarenlang bij ons in behandeling zijn. En vlak het effect op de familie niet uit. Met de patiënt thuis in goede verbinding met onze zorgverleners, is een partner of kind minder aan het rennen en vliegen en heeft men meer rust en vertrouwen.”

 

Kunt u zich voorstellen dat een patiënt liever fysiek bij de specialist aan het bureau zit?

“Ja natuurlijk. Als het gaat om keuzes, zie ik voor me dat je kijkt wat de patiënt wil. Niets moet, maar er is meer mogelijk. We gaan altijd voor zorg die in kwaliteit en veiligheid niet onder doet voor zorg waarbij de patiënt wél naar het ziekenhuis komt. Onze sector is ook sterk gereguleerd. Elke applicatie, elk apparaat dat je als medisch hulpmiddel wilt gebruiken, moet eerst voldoen aan een waslijst met voorwaarden. En elke methode moet tot in detail zijn getest. Dat maakt soms de vernieuwing in de zorg trager dan we zouden willen, maar het is goed dat het zo werkt.”

Is het vergrijzende deel van de samenleving wel klaar voor connected care?

“Wij merken van wel. Ik vind het mooi om te zien dat juist de zestigers en zeventigers van wie je verwacht dat ze matig overweg kunnen met virtueel contact, steeds digitaler ontwikkeld zijn en enthousiast moderne techniek adapteren. Nu de groei van ziekenhuiszorg buiten het ziekenhuis op gang komt, kennen steeds meer mensen ervaringsdeskundigen in hun privéomgeving. Zo raken zij meer overtuigd van de voordelen. Nederland is al een koploper als het gaat om internetgebruik. En onze cultuur van zelf regie nemen en betrokken zijn bij je gezondheid en behandeling, groeit. Dus de voedingsbodem voor connected care is goed.”

Wat is eigenlijk de hoofdreden om zorg buiten het ziekenhuis te willen bieden?

“Naast de kwaliteiten die ik net omschreef is de belangrijkste motivatie de blijvende beschikbaarheid van goede zorg voor iedereen. Ook over twintig, dertig jaar. We hebben nu naar verluid de beste gezondheidszorg in de wereld, dat is iets om trots op te zijn. Door onze welvaart worden we steeds ouder en met ouderdom komen de gebreken. Dus de vraag naar goede zorg groeit en blijft groeien. Maar we hebben niet onbeperkt extra professionals klaarstaan om die zorg te verlenen en ook geen onbeperkt budget. Dus moeten we het anders gaan doen. Slimmer gaan doen. Daar zie je eigenlijk drie invalshoeken bij. De eerste is kijken wie rondom de patiënt het beste welke zorg kan leveren. Zijn wij dat, als ziekenhuis? Of is dat bijvoorbeeld de huisartspraktijk? Of een heel nieuwe beroepsgroep daartussenin? Als tweede gaat het om welke vorm van zorg het meest zinnig is, het meeste nut heeft voor de patiënt. Je mag best kritisch kijken naar wat nuttig is en wat minder. En de derde tak aan deze boom is dus wat wij noemen connected care, de patiënt buiten het ziekenhuis helpen met behulp van moderne meet-, monitor- en communicatietechniek. Het inspireert ons om na te denken over alternatieven: zo kan het óók.”

Waar ligt de grens van de verandering, is een ziekenhuis als gebouw straks nog wel nodig?
”Ja, je hebt altijd een zeer specifiek ingericht gebouw nodig voor de acute zorg, de complexe behandelingen en technisch hoogwaardige operaties. We komen straks echt niet thuis een tumor verwijderen of een heup of hartklep vervangen. Je moet die vernieuwingsslag met zorg op afstand in de meeste gevallen zien als een onderwerp van de ambulante zorg: allerlei zorg waarvoor je nu nog meestal naar de polikliniek moet komen, de revalidatietrajecten of de langdurige begeleiding. Toch kan het er ook voor zorgen dat je bijvoorbeeld na een hartfalen niet opgenomen hoeft te worden, waar dat bij de klassieke vorm van zorg wel nodig was. De doelstelling voor de komende jaren is om deze categorie zorg meer buiten de muren van het ziekenhuis plaats te laten vinden. Nu is dat nog ongeveer vier procent, we gaan dat naar tien procent brengen.”

Wat is er nodig voor de opschaling die Isala nu voor ogen heeft?

“Het belangrijkste is samenwerking in de regio. We moeten centraal regie voeren op de meest handige manier om de vernieuwing te organiseren. Wie doet wat, wie neemt beslissingen, wie overlegt wat met wie? Voor elke vorm van zorg schrijven we dat altijd exact uit en is dat afgestemd tussen alle zorgverleners. Het ziekenhuis, de huisarts, iedereen met een rol in de zorg weet wat ze moeten doen. Zodra je iets verandert in de zorg, moet je het ook in die samenwerking weer strak regelen. En je moet je voorstellen dat elk stukje van de behandeling of begeleiding die we aan de patiënt bieden, een zorgproduct is. Daar staat geld tegenover, een vergoeding van de verzekeraar. Als je nieuwe zorgoplossingen maakt, maak je nieuwe zorgproducten. Dat moet je goed regelen, vóórdat je het in de praktijk toepast. In de grote vernieuwingsslag die eraan komt is dat een megaklus maar wel eentje achter de schermen, waarbij we samen moeten zorgen dat de patiënt er geen omkijken naar heeft.”

Er is vast ook veel geld nodig om de groei van connected care mogelijk te maken?

“Techniek testen, mensen opleiden om er mee te werken, alles rondom de zorg organiseren en inkopen, het kost allemaal geld. Landelijk zie je dat de overheid ook het nut en de noodzaak ziet van modernisering en meer zorg op afstand. Er komen budgetten vrij om er aan te werken. Intussen gaan we niet stilzitten. Want je hoeft niet alles zelf te bekostigen, het gaat vooral ook om het verbinden van de juiste partners om iets verder te brengen naar de praktijk. Daarom ook zijn we in januari gestart met ons Connected Care Center. De hoofdtaak van de mensen in dit CCC is om voor Isala de verandering te coördineren. In bijna alle medisch specialismen zijn er hier bij Isala, maar ook elders in binnen- en buitenland ontwikkelingen gaande met connected care. Ons CCC zorgt ervoor dat we weten welke initiatieven er zijn en helpt om keuzes te maken en er in Isala mee aan de slag te gaan in pilotprojecten.”

Jan Gerard Maring werkte tot voor kort nog fulltime als ziekenhuisapotheker binnen Isala. Hij laat die rol nu deels los en gaat het Connected Care Center leiden. “Het is mooi om aan de wieg te staan van een spannende verandering die veel betekent voor de toekomst van de zorg in onze regio. Het spectrum aan technieken en oplossingen is heel breed en het is goed te beseffen wat er allemaal te bereiken valt. Mijn opdracht is duidelijk. Als je over een paar jaar een tiende van de ambulante zorg met connected care, dus buiten de muren van het ziekenhuis, wilt leveren is stilzitten geen optie. Feitelijk zijn we een nieuw ondersteunend stuk van het ziekenhuis, dat ook zijn plek nog moet veroveren tussen ieders oren. Dus ga ik snel het huis in en zorgen dat we zichtbaar en vindbaar zijn.”

Thuis als het kan

De persoonlijke motivatie van Jan Gerard om met het CCC aan de slag te gaan zit hem in de meerwaarde van connected care oplossingen voor de patiënt. “Het maakt de zorg ook echt beter. Wellicht klinkt het wat hoogdravend om te zeggen dat connected care levens redt, maar denk je eens in: iemand heeft een ernstige longziekte en wordt continu gemonitord via een apparaat op het nachtkastje. In het ziekenhuis lezen we de gegevens uit. Bij sterk afwijkende waarden kunnen we op elk moment een seintje krijgen vanuit het meetapparaat dat online met ons is verbonden. De arts kijkt, concludeert dat de afwijking gevaarlijk is en laat de patiënt naar het ziekenhuis komen voor nader onderzoek. Medicatie wordt aangepast of er wordt een andere keuze gemaakt om de situatie aan te pakken. Was deze chronisch zieke patiënt op de klassieke manier onder begeleiding, dan had hij mogelijk pas na lang aanmodderen gebeld of was pas bij de al geplande reguliere controleafspraak naar het ziekenhuis gekomen. En was een aanpassing van de behandeling veel minder effectief geweest. Of te laat. Hebben we met connected care zijn leven gered? Het risico op een verslechtering van zijn kwaliteit van leven was in elk geval groot. Dit inspireert mij enorm en daarom sta ik te trappelen om Isala verder te helpen met het opschalen van connected care. Ons motto is ‘thuis als het kan, in het ziekenhuis als het moet’.”

Fors opschalen

De eerste belangrijkste uitdaging vanuit het CCC is het opschalen, dat wil zeggen meer patiënten gebruik laten maken van al goedgekeurde en ingevoerde connected care. Jan Gerard: “We kijken wat daarvoor nodig is en welke hobbels er zijn die we weg kunnen nemen. Daarnaast willen we ondersteunend en coördinerend werken bij kansrijke nieuwe initiatieven die vaak nog aan het begin staan van hun ontwikkeling. Op deze beide sporen moet het CCC zijn toegevoegde waarde voor Isala en voor de patiënt van Isala gaan bewijzen.”

Langs de meetlat

Elk nieuw initiatief voor connected care dat mogelijk kansrijk is om daadwerkelijk onderdeel te worden van Isala’s zorgaanbod, gaat langs de meetlat. En dat is een flinke meetlat, legt Jan Gerard uit. “We kijken eerst wat het is. Gaat het om online contact met de arts, om monitoring van waarden in het hart, de stofwisseling, bloedwaarden, gaat het om behandeling en begeleiding thuis door onze gespecialiseerd verpleegkundige of bijvoorbeeld om een nieuwe app voor een vorm van digitale verpleging. Vervolgens wil je van alles in kaart brengen om de haalbaarheid te kunnen bepalen. Hoe past dit in de zorgketen voor de patiënt? Heeft de patiënt er iets aan? Is het veilig? Kunnen we ermee voldoen aan de privacyregels? En als er apparatuur bij komt kijken is CE-keuring nodig. Kortom veel om te analyseren en regelen en wij helpen de initiatiefnemers om niets te vergeten.”

Onafhankelijk

Het CCC moet vooral verbindend werk doen. “Wij gaan initiatiefnemers binnen Isala bijvoorbeeld ook helpen om aan tafel te komen bij de zorgverzekeraar om met die verzekeraar de stappen te doorlopen op weg naar het ontwikkelen van een zorgproduct rondom het idee. Wat ook bij onze opdracht hoort is het zorgen dat de patiëntenzorg van Isala niet afhankelijk wordt van commerciële partners. Je kunt wel met ze samenwerken, maar Isala’s doel is de best mogelijke zorg, die van commerciële partners is winst maken. Dus helpen we initiatiefnemers ook op weg naar goede ICT, financiën en bedrijfskundige keuzes waarmee zij het bestuur van het ziekenhuis kunnen overtuigen dat we klaar zijn om de nieuwe vorm van connected care in te voeren.”

Huisarts

Een tweede belangrijke verbinding die het CCC legt op zijn terrein is die tussen Isala en de eerste lijn, met name de huisartsen in de regio rondom de Isala ziekenhuizen, vertelt Jan Gerard. “We willen heel vroeg al in samenspraak met huisartsen kijken naar hoe een nieuw initiatief zijn plek kan vinden in de praktijk. Wat vinden de huisartsen er van, hoe kijken ze naar hun eigen rol erbij. Juist thuis, van oudsher het domein van de huisarts, is de manier van begeleiden en behandelen iets om heel goed af te stemmen. Dat gaat ook over de praktische ondersteuning en contact met ons. Want als je patiënten die nu vaak nog in het ziekenhuis worden begeleid meer thuis op afstand in de gaten houdt, is dat een zwaardere patiëntencategorie voor de huisarts dan tot nu toe en dat wil je niet zomaar op zijn of haar bord leggen. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat je met elke nieuwe vorm van connected care de zorg een beetje opnieuw uitvindt en dat moet je samen doen met alle professionals in de zorgketen rondom de patiënt.”


Dit is het Isala Connected Care Center

Isala heeft sinds begin 2019 een Connected Care Center (CCC). Dit jonge onderdeel van het ziekenhuis is er om de ontwikkeling en groei te stimuleren van ziekenhuiszorg, waarbij de patiënt niet naar het ziekenhuis komt, maar thuis in zijn vertrouwde omgeving kan blijven.
De term ‘connected care’ slaat op de verbinding met het ziekenhuis die de patiënt heeft bij deze zorg. Vormen van connected care zijn bijvoorbeeld telemonitoring, online consult en controlegesprekken, ook in combinatie met huisbezoeken door een gespecialiseerd verpleegkundige. Bij connected care wordt vaak gebruik gemaakt van speciale meetapparatuur, ook wel point of care toepassingen, die via internet is verbonden met het ziekenhuis en die bij Isala kan worden uitgelezen.
Isala wil meer patiënten van allerlei specialismen de mogelijkheid bieden om gebruik te maken van connected care. Het CCC adviseert iedereen die dit type zorg wil ontwikkelen. Ook coördineert het CCC de groei van het aanbod connected care dat Isala biedt voor de patiënt. Initiatiefnemers van nieuwe vormen van connected care binnen Isala kunnen gebruik maken van het CCC voor:
  • Overzicht in de mogelijkheden, drempels, wet- en regelgeving om rekening mee te houden bij de ontwikkeling.
  • Verbinding met andere initiatieven binnen of buiten Isala die de eigen ontwikkeling beter of kansrijker kunnen maken.
  • Advies op weg naar succesvolle introductie van de zorg als zorgproduct bij verzekeraars.
Het Isala CCC werkt ambulant en heeft dus geen gebouw of kantoor. Aan het roer van het CCC staat programmadirecteur Jan Gerard Maring.

Meer informatie

Meer informatie is te vinden op de pagina Innovatie & Connected care.


Bijschrift uitgelichte foto: Bestuursvoorzitter Rob Dillmann

Bijschrift foto 2: Jan Gerard Maring, Programmadirecteur Connected Care Center

Bron: Isala

FMT Gezondheidszorg Nieuwsbrief

U wilt op de hoogte blijven van de technologie, wetenschap en innovatieve huisvesting in de zorg. Abonneer u daarom nu gratis op de elektronische nieuwsbrief van FMT Gezondheidszorg.
Name
Email
Secure and Spam free...