Boven – Header

Brandveiligheid voor kwetsbaren

We denken altijd dat brand ons niet zal overkomen. En inderdaad is voor u en mij de statistische kans dat wij in onze woning met een serieuze brand worden geconfronteerd, relatief klein. Toch zeker ook niet nihil, zoals uit dit artikel zal blijken. Ernstiger nog is de impact. De kans dat het gebeurt kan klein zijn, maar als het ons dan toch overkomt, is de impact enorm. Zeker voor de kwetsbaren uit onze samenleving. Bieden gebouwen wel voldoende veiligheid? Zijn onze organisaties wel voldoende voorbereid? Daarover gaat dit artikel.

Door: Em. prof. dr. ir. J.J.N. Lichtenberg

Statistisch zijn er in Nederland meer dan 100 branden boven € 1.000.000,- per jaar met een verzekerde schade van gemiddeld ca. € 4.000.000,-. Daarnaast nog eens 14.000 branden van onder een miljoen. Dat geldt voor alle gebouwen samen. Totaal ca 800 miljoen euro per jaar.

Als we inzoomen op woningen: In Nederland worden per jaar gemiddeld 6.500 woningbranden geregistreerd waarvan ongeveer 3.000 serieuze branden waarbij tenminste één tankwagen (brandweerauto) wordt ingezet.

Dichtbij

Is dit een ver van mijn bed show? Allerminst. Om het tastbaar te maken: Met 3000 branden op 7,7 miljoen woningen valt te becijferen dat bewoners in een complex met 100 wooneenheden in een periode van 25 jaar gemiddeld met één serieuze brand in een van de appartementen geconfronteerd zullen worden. Als je er dus 25 jaar woont ga je gemiddeld één brand ergens in het gebouw meemaken. Dat voelt al een stuk dichterbij.

Brandklasse

Besef dat bij een dergelijke brand ook de belendingen met schade te maken krijgen. Is het geen brand- of rook/roetschade, dan toch in elk geval waterschade. Ook verder weg van de brand kan rook diep het gebouw intrekken. Tot voor kort betekende een compartimentering dat er een barrière voor branduitbreiding was. Niet per se voor rook. En al is die er in theorie, overal en altijd zie je dat mensen wiggen onder brandwerende deuren met deurdrangers steken. Soms gaat het faliekant mis en ontsnapt de brand via de gevel. Dat gebeurde in juni 2017 in Londen. De Grenfell Tower brand. Mede naar aanleiding van die afschuwelijke brand in Londen wordt nu ook in Nederland geïnventariseerd welke gebouwen risicovol zijn. Mede op basis van de brandklasse van het gevelsysteem (afwerklaag en isolatiemateriaal). Die moet bij gebouwen hoger dan 13 m tenminste B zijn en zelfs daarbij worden vragen gesteld. B komt in onderstaande figuur overeen met ‘moeilijk brandbaar’.

 

 

Fig. brandklasse, [ook als aparte jpg geleverd] met begeleidende tekst

____________________________________

Bron: Federatie van Onderlinge Verzekeringmaatschappijen in Nederland, FOV (2004) Het brandgedrag van Isolatiematerialen, november 2004, herzien in 2013.

 

 

Materialen worden ingedeeld in Euro-brandklassen. Van A (onbrandbaar) t/m E. Van onbrandbaar t/m zeer brandbaar. Daarin zijn materialen ingedeeld waarbij bv klasse B te boek staat als ‘moeilijk brandbaar’

Isolatiematerialen zijn van groot belang voor de brandveiligheid. Mede omdat ze door energiemaatregelen een groot deel van het gebouwvolume bepalen.

Verwarrend is dat aan constructies zoals een samenstel van gevelafwerking en isolatie een zelfde klassering wordt gehanteerd. Leveranciers van niet onbrandbare gevelafwerking testen standaard in combinatie met een onbrandbaar isolatiemateriaal. Daarmee kan het zijn dat de gevelconstructie bijvoorbeeld een predicaat B krijgt. Als dit wordt toegepast met een niet onbrandbaar isolatiemateriaal (klasse B of lager) is het allerminst zeker dat de constructie als geheel nog aan klasse B voldoet. Datzelfde geldt andersom. Een isolatieproducent van materialen zal testen met een onbrandbare gevelafwerking. Ze kunnen daarbij een gunstiger resultaat boeken, dan wanneer je het isolatiemateriaal afzonderlijk test.

______________________________________________

Impact

Ook al slaagt de brandweer erin om het vuur te temmen en te beperken tot het ‘appartement in brand’, dan nog kan de impact groot zijn.

We gaan het hier nu niet hebben over slachtoffers, maar in alle gevallen levert een brand dichtbij, stress op. Door de dreiging, het tumult en de hinderlijke of zelfs verstikkende rook. Soms dus ook door roet of waterschade. En achteraf door traumaverschijnselen. Men vertrouwt de woning niet meer, slaapt onrustig of niet.

Dat geldt al voor de gemiddelde Nederlander, maar nog meer voor de kwetsbaren uit onze samenleving, Zieken, mensen met een beperking en ook ouderen. Ons beeld is niet alleen dat het ons niet overkomt, maar ook dat we, als het gebeurt, wel even zullen evacueren. Dat is als je vitaal bent al geen vanzelfsprekendheid, laat staan voor kwetsbare doelgroepen.

Een ander groot misverstand is dat de gebouwen ooit onder een bouwvergunning en later een omgevingsvergunning zijn uitgevoerd en dat men daaruit concludeert dat het wel goed zit met de brandveiligheid.

 

Bouwbesluit

Natuurlijk vraagt het bouwbesluit om brandveiligheidsmaatregelen. De aard en omvang van de maatregelen is afhankelijk van vluchtwegen, bouwhoogte, gebruiksfuncties en ook nog andere factoren. Echter mede uit de discussie die na de reeds genoemde Grenfell Tower brand is ontstaan, is wel gebleken dat het bouwbesluit zeker geen waterdichte garantie biedt op veiligheid.

En dan nog, de regelgeving is gericht op de veiligheid van bewoners en is totaal niet afgestemd op het beperken van materiële schade. Daarbij zijn eerder de verzekeraars aan zet.

 

Kort en goed: Als u voldoet aan het bouwbesluit zegt dat weinig of niets over of u in geval van brand de materiele schade zult beperken. De intentie van het bouwbesluit is om mensen een veilig heenkomen te laten vinden. En zoals gezegd daarin zitten veel zwakke plekken. Zeker in de relatie regelgeving en praktijk.

 

Ik som er wat op:

 

  • De eisen in het bouwbesluit zijn gebaseerd op de vluchtopties voor de gemiddelde mens. Daarop zijn onder andere de vluchttijden bepaald. Het bouwbesluit heeft wel aandacht voor kwetsbaren, maar differentieert daarbij niet. Dat is niet terecht. Het evacueren van iemand die slecht ter been is, is compleet anders dan iemand die afhankelijk is van beademingsapparatuur.
  • Gebouwen die worden gerenoveerd moeten voldoen aan het niveau van de periode waarin ze zijn gebouwd (het rechtens verkregen niveau). Dat betekent dat gebouwen bij een renovatie niet aan de laatste eisen hoeven te voldoen. Dit is bijvoorbeeld relevant in relatie tot de enorme isolatieoperatie waarvoor wij nu staan. Gebouwen die met een bakstenen buitenschil nu min of meer veilig zijn, zouden dan met een verkeerde gevel wel eens een brandgevaarlijk kunnen worden.
  • Sommige woongebouwen zijn ooit getoetst voor vitale mensen maar worden inmiddels bewoond door veel minder vitale ouderen. Ouderen kruipen niet gemakkelijk onder een hekje, met een rollator de trap af is niet haalbaar en iedereen tegelijk in de lift evenzeer. Als die lift al mag worden gebruikt. (zie ook kadertekst uit Hendrik Groen ‘Zolang er leven is’).
  • Het bouwbesluit stelt eisen aan de brandwerendheid van scheidende wanden, gevels, e.d. De bekende brandproeven testen 2D test. Maar de zwakte zit altijd bij de aansluitingen zoals hoeken en overgangen. Die zijn door vervormingen zeer kwetsbaar maar blijven buiten het zicht van de prognoses en eisen.
  • In tegenstelling tot aspecten als constructief gedrag, vochttransport en geluid zijn we in staat het gedrag zeer goed te voorspellen. Voor brand is dat veel minder het geval.
  • Hetgeen ooit is vergund, is niet per se hetgeen ook wordt uitgevoerd. Bouwkosten overschrijden veelal de begroting en aannemers komen met goedkopere alternatieven. Ook na vergunningsverlening. Het kan dan zo maar het geval zijn dat onbrandbare materialen door brandbare worden vervangen. In het bijzonder geldt dit voor isolatiematerialen en gevelbekleding
  • De controle op de bouwplaats door gemeenten is beperkt.
  • Leveranciers tonen de prestaties van hun materialen en constructies aan door het overleggen van rapporten. De uit te voeren constructie wijkt vaak op details af van hetgeen is getest. Verder is de test vaak maar een keer uitgevoerd (steekproef van 1) en ook nog in opdracht van de betreffende leverancier. Die laat voor zover dat speelt, nooit zijn twee eerdere mislukte pogingen zien.
  • Bij een test besteedt de leverancier veel aandacht aan de uitvoering van de constructie die tegen de oven wordt geplaatst. Meestal veel meer dan in de praktijk redelijkerwijs haalbaar is.
  • Specifiek met betrekking tot gevels blijkt het bouwbesluit een testmethode aan te sturen (de zogeheten SBI test) die volstrekt niet de realiteit representeert en ook met een ander doel is ontworpen. De SBI test wordt ook wel de prullenbaktest genoemd omdat hij bedacht is om een beginnend binnenbrandje te simuleren. Het vermogen komt niet in de buurt van een krachtige uitslaande brand. Toch worden hiermee gevels getest en (goed)gekeurd. Daarmee wordt een veilige suggestie gewekt, terwijl het onomstotelijke bewijs verre van is geleverd.
  • De misinformatie is vaak niet op basis van misleiding, dan toch op basis van ontbrekende deskundigheid. Zowel bij de leverancier, de bouwer, de ontwerper en de opdrachtgever.
  • De wetgeving gaat uit van functionerende maatregelen. Dat wil zeggen dat er bij de opdrachtgever een zorgplicht rust dat bijvoorbeeld de branddeuren worden gesloten, dat er geen spullen ‘tijdelijk’ op de gang worden gezet waarmee een vrije doorgang ernstig wordt belemmerd, dat er geen containers tegen de gevel worden geplaatst, et cetera.

 

Het is, concluderend uit bovenstaande, een absolute noodzaak om bij het ontwikkelen van een gebouw de brandveiligheid zeer kritisch te onderzoeken, modelleren, toetsen en daarop gepaste maatregelen te nemen. In elk geval niet slechts te vertrouwen op de regelgeving. ‘Voldoet aan alle eisen van het bouwbesluit’ is een veel gebruikt argument dat wat mij betreft weinig indruk maakt.

Dat geldt voor woningen voor vitale mensen, maar zeker voor ziekenhuizen, ouderencentra, verzorgingshuizen, zorginstellingen en ook gewone woningen waarin ouderen (kunnen) wonen. In feite overal waar mensen kunnen slapen, want ’s nachts zijn we het kwetsbaarst.

Gebouweigenaar verantwoordelijk

En ik kan het niet mooier maken. De opdrachtgever voor een gebouw is hoofdverantwoordelijk. Producenten willen graag leveren, ontwerpers en uitvoerende partijen ontbreekt het aan kennis om het bouwbesluit correct te interpreteren, gebouweigenaren vertrouwen op ontwerpers en adviseurs en gebruikers gaan ervan uit dat de overheid er wel op toeziet. En zo lijkt niemand eigenaar van het probleem te zijn.

De vergunninghouder oftewel de eigenaar van een nieuwbouw- of renovatieproject is dat in juridische zin wel degelijk en wordt aldus in geval van een calamiteit kwetsbaar. De paradox is dat uit het rijtje betrokkenen de (doorgaans) minst deskundige het eerst zal worden aangesproken. Niet fair, maar wel de werkelijkheid.

Brandveilige materialen en constructies

Mijn advies aan opdrachtgevers is om zoveel mogelijk met brandveilige materialen en constructies te werken. Dat geldt voor bouwproducten, maar ook voor inrichting. Het kan best zo zijn dat dat een ietwat hogere investering vraagt. Maar niet van een niveau dat je daarom de veiligheid op het spel zou willen zetten.

En dan hebben we het nog niet gehad over de exploitatiebenadering ofwel TCO (Total Cost of Ownership). Het toepassen van brandveilige constructies verlaagt de kans op brand. Minder vaak, gemakkelijker te bestrijden en qua schade minder ingrijpend. Bijvoorbeeld weinig rookontwikkeling. Dat betreft schade die is verzekerd en ook schade die niet is verzekerd. Zoals tijdelijke huisvesting, reputatieschade, derving, milieuschade vanwege het blussen, emissie van schadelijke stoffen, een tegenvallende schade-uitkering, enzovoorts. Aan het verlagen van het risico kun je dus ook een economische waarde ontlenen. Statistisch en met de netto contante waarde methode.

Het geeft de opdrachtgever veel rust tijdens het gebruik. Niet steeds alert moeten blijven of het verantwoord is een gat te boren of een doorvoer te maken. Geen zorgen bij onderhoud zoals het repareren van een dak, het afbranden van verf, of laswerkzaamheden, het veiliger kunnen plaatsen van aansluitingen voor elektrische voertuigen, enzovoorts.

 

_______________________________________________

 

‘Ik zag gisteren verschillende bewoners aandachtig de bordjes met vluchtwagen bestuderen. Na in één week twee branden in bejaardenhuizen krijgen sommigen het al een beetje warm. ‘Het moet wel een heel langzaam smeulende brand zijn wil ik op tijd de uitgang halen’, zei mevrouw Duits, die zich door het huis verplaatst met een ouderwets looprekje.’ Fragment uit Hendrik Groen’s dagboek: ‘Zolang er leven is’ Meulenhoff 2016, ISBN 9789029090766 .

 

________________________________________________

Bron: FMT Gezondheidszorg editie 1/2019

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FMT Gezondheidszorg Nieuwsbrief

U wilt op de hoogte blijven van de technologie, wetenschap en innovatieve huisvesting in de zorg. Abonneer u daarom nu gratis op de elektronische nieuwsbrief van FMT Gezondheidszorg.
Name
Email
Secure and Spam free...