Boven – Header

De toekomstbestendigheid van kleine kernen in relatie tot zorgfaciliteiten

Vergrijzing, ontgroening, en krimp in rurale regio’s vormen een directe uitdaging voor de toekomstbestendigheid van kleine kernen. Door afnemende (zorg)voorzieningen in deze gebieden en de soms matige bereikbaarheid van omliggende dorpen en steden, staat met name de woonsituatie van kwetsbare inwoners, waaronder veel senioren met een zorgbehoefte, onder druk. Een team van sociologen en architecten vanuit het lectoraat Architecture in Health (Hogeschool Arnhem en Nijmegen) heeft  in het kader van een Euregio project gekeken welke (zorg)faciliteiten nodig zijn om tegemoet te komen aan de fysieke en sociale behoeften van deze (kwetsbare) inwoners van krimpregio’s in Nederland en Duitsland.

Demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing, ontgroening en krimp, kunnen verregaande gevolgen hebben voor de leefbaarheid in kleine kernen. Nu, maar zeker ook in de toekomst. De voorzieningen in de dorpen nemen af, en de identiteit en attractiviteit van de dorpen komen onder druk te staan. Jongeren trekken weg uit de dorpen, voor studie of werk, terwijl senioren hier vaak blijven wonen.

Het KRAKE-project[1] (krachtige kernen) pakt deze problematiek multidisciplinair op met projectpartners aan beide kanten van de Nederlands-Duitse grens. In ongeveer veertig pilotdorpen wordt met bestaande burgerinitiatieven samengewerkt met als doel de leefbaarheid en toekomstbestendigheid van kleine kernen te versterken. Dit wordt gedaan met betrekking tot zes themagebieden, zoals zorg en wonen, die elk terugkomen in een eigen deelproject (community).
Het deelproject Woon Community richt zich op de vraag hoe de fysieke woonomgeving van kleine kernen kan worden ingericht om de leefbaarheid in het dorp te kunnen optimaliseren. Het doel van de Woon Community is om ontwerprichtlijnen op te stellen die dorpen een houvast geven bij het slim inrichten en toekomstbestendig maken van de fysieke woonomgeving. Binnen de Woon Community nemen vier Nederlandse en vier Duitse dorpen deel. Het project wordt uitgevoerd door het lectoraat Architecture in Health van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen en de Hochschule Rhein-Waal, in samenwerking met lokale initiatiefgroepen op het gebied van leefbaarheid.

 

Het belang van de woonomgeving voor kwetsbare senioren

 

Direct gerelateerd aan de toekomstbestendigheid van kleine kernen zijn maatschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot de hervorming in de zorg en de komst van de participatiemaatschappij. Van burgers wordt verwacht dat ze een probleem in eerste instantie zelf, of samen met de directe omgeving, proberen op te lossen, en pas daarna terugvallen op de overheid. Ook op het gebied van zorg is de bal bij de burgers komen te liggen. Van mensen die eerder werden betiteld als kwetsbaar en hiervoor zorg ontvingen, wordt nu verwacht dat ze ‘naar vermogen’ zelf taken uitvoeren en de nodige zorg en ondersteuning zoveel mogelijk binnen het eigen sociale netwerk organiseren. Samen met de transitie van intramurale naar extramurale zorg heeft dit grote consequenties voor mensen met lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen. Deze groep mensen, waaronder veel senioren, moet zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen met ondersteuning van zowel informele als formele zorgverleners.
Doordat mensen met een zorgvraag steeds langer zelfstandig thuis blijven wonen worden er hogere eisen gesteld aan de woning en de (lokale) woonomgeving. De vraag is of deze voldoende aansluiten bij de veranderende behoeften van kwetsbare bewoners. Zeker in kleine kernen, waar de bereikbaarheid niet altijd goed is en het aanbod van (zorg)voorzieningen beperkt, zijn mensen met een zorgvraag nog sterker afhankelijk van (de levensloopbestendigheid van) hun woning en woonomgeving.

 

De aansluiting van de woonomgeving op de behoeften van de dorpsbewoners

 

Leefbaarheid kan worden gedefinieerd als de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de voorwaarden en behoeften die er door de mens aan wordt gesteld (Leidelmeijer et al, 2008). Hoe beter deze aansluiting, hoe groter de leefbaarheid. Binnen de Woon Community staan de behoeften van de dorpsbewoners dan ook centraal ten aanzien van de fysieke woonomgeving (de gebouwen en publieke ruimte), de sociale woonomgeving (het sociale gebeuren in het dorp), en de functionele woonomgeving (de voorzieningen). Deze behoeften zijn in kaart gebracht op basis van zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden. Middels semi-gestructureerde diepte-interviews, groepsinterviews en een exploratieve fotoworkshop werden de behoeften van een kleinere groep dorpsbewoners in woord en beeld gevat. De bevindingen werden later gevalideerd door het uitzetten van een survey onder alle huishoudens in het dorp. Door de behoeften van de bewoners in een latere fase te relateren aan de ruimtelijke kenmerken van de woonomgeving werden de knelpunten, of liever de aandachtspunten, in de dorpen inzichtelijk gemaakt.

Fotobijschrift: De fotoworkshop; de behoeften van de dorpsbewoners in beeld

Alhoewel ieder dorp met eigen problemen kampt, en de aandachtspunten vaak specifiek blijken te zijn voor het dorp, lijkt er zeker sprake te zijn van een algemene deler.

Op het gebied van wonen lijken twee belangrijke thema’s te spelen: de aansluiting van de woningvoorraad op de woonwensen van de bewoners, en de levensloopbestendigheid van de woning en de directe woonomgeving. Uit een eerste verkenning blijkt dat er in de kleine kernen een behoefte lijkt te zijn aan meer geschikte behuizing voor starters en senioren. De woningmarkt lijkt lastig te zijn voor starters die een betaalbare huur- of koopwoning zoeken. Senioren geven relatief vaak aan dat de huidige woning te groot is en de tuin te veel onderhoud vergt. Een groot deel van de senioren geeft aan in de huidige woning te willen blijven wonen als ze ouder worden, maar een aanzienlijk deel geeft aan niet te weten of de woning en/of woonomgeving hiervoor geschikt zijn. De potentie van het levensloopbestendig maken van de woning door middel van elektronische toepassingen (domotica1) lijkt (nog) niet volledig te worden benut.

Met aspecten van de fysieke woonomgeving lijken bewoners weinig problemen te ervaren, naast kleinere ergernissen als overlast door zwerfafval en hondenpoep. De landschappelijke omgeving van de dorpen lijkt een belangrijk onderdeel uit te maken van de eigen identiteit. De bereikbaarheid van omliggende dorpen en steden en de toegankelijkheid in het dorp lijken een issue te zijn voor senioren en mensen met mobiliteitsbeperkingen. Opvallend is dat dit door de dorpsbewoners vaak wordt gezien als een onlosmakelijk gevolg van de keuze om in een kleiner dorp te gaan wonen.

In de deelnemende dorpen bestaat veel onderling contact tussen de dorpsbewoners. Mensen geven aan de saamhorigheid en het rijke verenigingsleven erg te waarderen. Wat wel in meerdere dorpen lijkt te missen is een centrale ontmoetingsplek voor alle doelgroepen in de openbare ruimte. Belangrijke ontmoetingsplekken in het dorp, zoals de kerk of de school, zijn vaak specifiek voor een bepaalde doelgroep. De supermarkt, indien aanwezig, blijkt naast een commerciële ook een duidelijk sociale functie te hebben.

De dorpsbewoners lijken over het algemeen genomen tevreden met het aanbod van voorzieningen in het dorp, zeker wanneer dit aanbod wordt gerelateerd aan de grootte van het dorp. Waar men zich wel zorgen over maakt is het behoud van deze voorzieningen. Zeker voorzieningen als een supermarkt of een school worden direct gerelateerd aan de leefbaarheid en levendigheid in het dorp. Men lijkt wat minder tevreden met het aanbod van voorzieningen voor specifiek doelgroepen, met name voor de jeugd (want weinig te doen) en voor de senioren. De beperkte (zorg)voorzieningen in de dorpen worden genoemd als een mogelijke aanleiding voor een toekomstige verhuizing.

 

De potentie aanwezig in de gebouwde omgeving

 

Naar aanleiding van de aandachtspunten die uit de behoeftepeiling in de dorpen naar voren kwamen zijn ontwerprichtlijnen opgesteld voor het aanpassen van de woonomgeving. Het was hier expliciet niet de bedoeling dat vanuit de Woon Community gezegd zou gaan worden hoe het dorp de woonomgeving het best zou kunnen inrichten, maar om te laten zien wat de potentie is van de openbare ruimte om de woonomgeving beter leefbaar te maken. Het initiatief ligt echter bij de lokale initiatiefgroepen die, in overleg met de relevante stakeholders en (bouwkundige) experts, beslissen over toekomstige (ruimtelijke) interventies.

De ontwerprichtlijnen die vanuit de Woon Community zijn opgesteld sluiten aan bij de specifieke aandachtspunten die spelen in de dorpen. Enkele ontwerprichtlijnen waren echter relevant in al de deelnemende dorpen. Met betrekking tot het wonen werd de aanbeveling gedaan nieuwe woonvormen te overwegen, die goed passen in de rurale context, levensloopbestendig zijn en het informele netwerk van mensen kunnen ondersteunen. Hierbij is het verstandig om goed na te denken over slimme combinaties van wonen, zorg en welzijn. Om de bewegingsvrijheid van de senioren in de dorpen zo goed mogelijk te waarborgen kan verder worden nagedacht over het verbeteren van de bereikbaarheid van de omliggende dorpen en steden en de toegankelijkheid binnen het dorp.

Ruimtelijke interventies kunnen ook een rol van betekenis spelen bij het ondersteunen en versterken van de sociale structuur in het dorp. Bestaande ontmoetingsplekjes in het dorp, zoals bijvoorbeeld de supermarkt of de bakker, kunnen ruimtelijk verstevigd worden door het realiseren van eenvoudige ruimtelijke interventies, zoals bijvoorbeeld het bieden van zitgelegenheid, het creëren van een koffiepunt, of het combineren van functies zoals een boekenuitleen of dienstenbord. Fysieke plekken in het dorp waar functiemenging plaats vindt kunnen meer aantrekkelijk en uitnodigend worden ingericht zodat ontmoeting tussen verschillende doelgroepen wordt gestimuleerd. In enkele deelnemende dorpen werd de potentie tot ontmoeten niet ten volle benut, doordat het centrale plein in het dorp omgeven door verschillende functies als doorgangsgebied wordt gebruikt in plaats van als verblijfsruimte.

Bij alle ruimtelijke interventies die worden overwogen in de dorpen is het zorg de dorpsidentiteit te behouden, en indien mogelijk, te versterken door het koesteren van objecten van historische en culturele waarde, en het gebruiken van authentieke inrichtingselementen. Bij een eventuele herontwikkeling van de openbare ruimte is echter de grootste uitdaging dat het gebied integraal bekeken moet worden en dat met oplossingen moet worden gekomen die op de lange termijn op elkaar aansluiten en elkaar versterken.

 

Kennisuitwisseling tussen kleine kernen

 

Naast het ondersteunen van de deelnemende dorpen bij het nadenken over het slim inrichten van de woonomgeving, heeft de Woon Community tot doel bewoners uit deze dorpen met elkaar in contact te brengen. De bewoners kunnen ervaringen met elkaar uit wisselen, kennis delen en van elkaar leren.

Binnen de looptijd van het project zijn er tot nu toe drie dorpenbijeenkomsten binnen de Woon Community georganiseerd. Hierbij trad steeds een ander dorp, afwisselend Duits en Nederlands, als gastdorp op. Het programma van deze bijeenkomsten, deels formeel, deels informeel, is er op gericht om de bewoners vanuit de verschillende initiatiefgroepen met elkaar in dialoog te laten gaan en onderlinge contacten te bewerkstellingen en te verstevigen. De ervaring leert dat het ‘op locatie zijn’ de verstandhouding tussen de dorpsbewoners vergemakkelijkt. Omdat de deelnemende initiatiefgroepen een beter inzicht krijgen in de locatie en de structuur van het gastdorp, is het voor hen beter te plaatsen waar men in het dorp trots op is, waar de knelpunten liggen, en wat de status is van de lopende initiatieven (sociaal en ruimtelijk) op het gebied van leefbaarheid.

Fotobijschrift: Een rondleiding tijdens een dorpenbijeenkomst

 

 

 

 

 

Hoe verder?

De doelstelling van het KRAKE-project is vanaf het begin geweest om bestaande burgerinitiatieven in de dorpen, gericht op het verbeteren van de leefbaarheid, te ondersteunen, faciliteren en stimuleren. Acties die in de dorpen worden ondernomen zijn altijd gestoeld op initiatieven van de burgers zelf, ondersteund door de Woon Community door het in kaart brengen van de behoeften van de lokale achterban en het aandragen van ontwerprichtlijnen.

Naar aanleiding van het rapport van de Woon Community zijn in verschillende pilotdorpen werkgroepen gevormd die onder de paraplu vallen van de oorspronkelijke initiatiefgroep. Deze werkgroepen gaan ieder met een eigen sub-thema aan de slag en denken samen verder na over mogelijke (sociale en ruimtelijke) initiatieven die de leefbaarheid op dit gebied verder kunnen vergroten. Zo zijn er in de dorpen werkgroepen gevormd rondom thema’s als voorzieningen voor senioren en jeugd, groenbeleving en onderhoud, ontmoeting, en wonen.

Een belangrijke vervolgstap voor de verschillende initiatiefgroepen in de dorpen is de samenwerking met de gemeente. Het rapport van de Woon Community is in verschillende dorpen aanleiding geweest om het gesprek met de gemeente (opnieuw) aan te gaan. Alhoewel soms onduidelijk is wat ieders rol is in de dorpsontwikkeling, blijken zowel de initiatiefgroepen als de gemeentes hierin welwillend. In één pilotdorp werd door de gemeente opties aangedragen om subsidie aan te vragen voor de voorgenomen interventies, terwijl in een ander pilotdorp door de gemeente werd toegezegd dat een gebiedsambtenaar vanuit de gemeente zou aansluiten bij de bijeenkomsten van de initiatiefgroep. In een derde pilotdorp werd voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart een verkiezingsdebat georganiseerd met de lijsttrekkers van de plaatselijke politieke partijen naar aanleiding van de inhoud van het rapport van de Woon Community. De stellingen waarover werd gedebatteerd kwamen rechtstreeks uit het rapport. Voor de toekomst van de bottom-up initiatieven is het belangrijk dat het (lokale) bestuur op de hoogte is van de bestaande initiatieven, mee denkt en waar mogelijk faciliteert.

Fotobijschrift: Het verkiezingsdebat naar aanleiding van het Woon Community rapport

Alhoewel de ontwerprichtlijnen in de rapportages van de Woon Community zijn toegepast op de specifieke situatie van de deelnemende dorpen, zullen deze ook worden omgezet tot een algemene handreiking die toepasbaar is in andere dorpen en gemeenten.

[1] Het project KRAKE wordt in het kader van het INTERREG V A programma Deutschland-Nederland gecofinancierd met middelen van het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), de Provincie Gelderland  en het Ministerium für Wirtschaft, Energie, Industrie, Mittelstand und Handwerk van de deelstaat Nordrhein-Westfalen (MWEIMH NRW). https://project-krake.eu/

Tekst: Prof. dr. ir. Masi Mohammadi, dr. Nienke Moor, ir. Kim Hamers, drs. Teun van Haaren

Bron: FMT Gezondheidszorg

 

FMT Gezondheidszorg Nieuwsbrief

U wilt op de hoogte blijven van de technologie, wetenschap en innovatieve huisvesting in de zorg. Abonneer u daarom nu gratis op de elektronische nieuwsbrief van FMT Gezondheidszorg.
Name
Email
Secure and Spam free...