Boven – Header
Boven – Header

HollandPTC geen kil ziekenhuis, maar een warme, huiselijke sfeer

Met de officiële opening van het Holland Protonen Therapie Centrum (HollandPTC) eind vorig jaar in Delft is ons land een bijzonder protonentherapiecentrum rijker. Doel is uiteraard patiënten te behandelen, maar even belangrijk: de meerwaarde van protonentherapie wetenschappelijk onderbouwen en onderzoeken bij welke kankertypen deze behandeling effectief is.

Initiatiefnemers voor het protonentherapiecentrum zijn de TU Delft, ErasmusMC en LUMC. Zij zijn de aandeelhouders van het consortium en onlangs werd een samenwerkingsovereenkomst getekend met het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis en het Amsterdam UMC. “Je hebt het toch over een investering van 110 miljoen euro, dan is het te gek om in deze tijd van stijgende zorgkosten ieder voor zich een protonentherapiecentrum te bouwen. Zo spreid je ook het risico”, aldus Menno Riemersma, zakelijk directeur van HollandPTC. “De samenwerking met TU Delft als onderzoekspartner is uniek en ook logisch, gezien de steeds grotere invloed van techniek en informatica in de geneeskunde. Als enige protonencentrum ter wereld hebben we een R&D-bunker voor onderzoek naar celweefsel en materialen.” Dit laatste was reden voor de European Investment Bank (EIB) om in te stappen als hoofdfinancier.

Complexe besluitvorming

Met meerdere partijen een dergelijk centrum opzetten is bewerkelijk, geeft Riemersma toe. “De besluitvorming is complexer. Je hebt te maken met twee afdelingen radiotherapie, verschillende raden van bestuur enzovoort. Dus moet je steeds consensus zien te krijgen en opletten dat de kwaliteit maximaal blijft. Maar ik ben ervan overtuigd dat de meerwaarde van een zelfstandig behandelcentrum straks boven komt bij de behandeling van patiënten en verder onderzoek. Op de middellange termijn betalen de dwarsverbanden zich uit.”

HollandPTC stelt zich twee doelen, die gelijke prioriteit hebben: patiënten behandelen en de meerwaarde van protonentherapie wetenschappelijk aantonen, omdat deze voor veel tumorsoorten nog nooit goed is gevalideerd. Bij de bestaande therapie (röntgenstraling) gaan fotonen dwars door een mens heen en richten ze schade aan in het omliggend weefsel. Een proton komt binnen en kent een zogeheten Bragg-piek: het moment waarop hij alle energie afgeeft aan de tumor en de cellen vernietigt. Doordat de straling stopt in de tumor, wordt omliggend weefsel aanzienlijk minder beschadigd. “Dat is bijvoorbeeld van belang voor jonge vrouwen met borstkanker. Het hart zit vlak achter de linkerborst en bestraling kan leiden tot complicaties in hart of longen. Doordat protonentherapie het hart minder aantast, zou dat de kwaliteit van leven aanzienlijk moeten verbeteren”, verklaart Riemersma.

Continue afweging

Aangezien protonentherapie duurder is en sommige kankertypen bovendien uitstekend op de traditionele manier te behandelen zijn, wordt steeds een afweging gemaakt. “Om te achterhalen of een patiënt in aanmerking komt voor protonentherapie, vergelijken we het fotonenplan met het protonenplan”, zegt Riemersma. Als protonentherapie meerwaarde biedt, gaat de patiënt door naar HollandPTC, zo niet, dan krijgt hij de standaardbehandeling.” Als duidelijk wordt dat protonentherapie meerwaarde heeft voor een bepaald kankertype, dan wordt dit toegevoegd aan de bestaande lijst met standaardindicaties, die momenteel onder andere bestaat uit tumoren bij kinderen en in botten.

Voor de standaard protonenbehandeling heeft HollandPTC twee gantry’s, die elk 280 ton wegen. De ruimten voor de gantry’s zijn 10x10x10 meter en omgeven door muren van 4 meter dik beton om straling tegen te gaan. Riemersma: “Nadat de patiënt is gefixeerd, draait de apparatuur 360 graden om de patiënt heen om de protonen die worden opgewekt in een cyclotron (deeltjesversneller) in het gebouw met een nauwkeurigheid van 1 millimeter af te geven. Het cycloton is 90 ton zwaar en een zeer complexe installatie.” Daarnaast beschikt HollandPTC over de reeds genoemde R&D-bunker, een behandelkamer voor bestraling van oogtumoren, plus poliklinische faciliteiten, een diagnostisch centrum (MRI, CT en PET/CT) en labfaciliteiten voor onderzoek (biochemisch/straling).

Huiselijke sfeer

Het streven is dat patiënten zo min mogelijk merken van alle techniek. “Vaak moeten mensen 25 tot 30 keer terugkomen. We wilden dan ook geen kil ziekenhuis maar een warme, huiselijke sfeer om de menselijke maat te bewaren. Daarom hebben we de logistiek ook ingericht naar het patiëntenproces, dat geheel op de begane grond plaatsvindt”, vertelt Riemersma. Daarnaast moeten natuurlijke materialen als hout, kunst, muurbekleding en kleurgebruik bijdragen aan een zo aangenaam mogelijk verblijf. “En wellicht het belangrijkste zijn de zorgcoaches die patiënten begeleiden gedurende het hele proces.”

In totaal telt ons land inmiddels drie protonentherapiecentra, in Groningen, Maastricht en Delft; de vierde vergunning is in handen van Amsterdam. “Er is gekozen voor meerdere kleine faciliteiten in plaats van één groot centrum. In totaal beschikken de centra over vergunningen om 2.200 patiënten per jaar te behandelen. Wij hebben nu een vergunning voor 600 en kunnen opschalen naar 800-900 patiënten per jaar”, aldus Riemersma, die verwacht dat protonentherapie in de toekomst wellicht meer toegepast zal worden en voor een aantal indicaties zeker meerwaarde zal hebben.

Tijdrovende validatie

Intussen zijn de eerste patiënten behandeld in het nieuwe protonentherapiecentrum, een spannend moment voor de betrokken klinisch fysici: apparatuur vrijgeven voor gebruik die ervoor moet zorgen dat een protonenbundel op een millimeter nauwkeurig uitkomt. “Ook de 3D software die nodig is om het behandelplan te maken, hebben we gevalideerd. Al met al kostte het valideren van de installatie bijna net zo veel tijd als het bouwen van het behandelcentrum zelf”, vertelt Riemersma. “De eerste patiënt verrichtte de officiële opening; een mooi compliment kwam van een andere patiënt, die het hele personeel bloemen stuurde omdat ze ‘zich als mens en niet als patiënt behandeld voelde’.”

De komende drie jaar staat in het teken van het opbouwen van het aantal patiënten naar 600 per jaar en het starten van het R&D-programma. “Varian, de leverancier van de gantry’s, heeft hiervoor 10 miljoen euro aan grants beschikbaar gesteld, een steun in de rug om met deze complexe medische techniek een goed wetenschappelijk programma op te zetten. De uitdaging is om samen met onze gemotiveerde medewerkers dit nieuwe bedrijf verder op te bouwen, goede en veilige patiëntenzorg te bieden en die 110 miljoen terug te verdienen.”

Door: Wilma Schreiber

Bron: FMT Gezondheidszorg editie 1/2019

FMT Gezondheidszorg Nieuwsbrief

U wilt op de hoogte blijven van de technologie, wetenschap en innovatieve huisvesting in de zorg. Abonneer u daarom nu gratis op de elektronische nieuwsbrief van FMT Gezondheidszorg.
Name
Email
Secure and Spam free...