Boven – Header
Boven – Header

Algehele anesthesie tegenwoordig ontzettend veilig

Een narcose: je lichaam werkt door, maar op een laag pitje. Je hersenactiviteit is laag, je kunt je niet bewegen, niet slikken en meestal niet zelf ademhalen.

Je krijgt niets mee van wat er in de operatiekamer gebeurt. Toch is een narcose – of algehele anesthesie, zoals de artsen het noemen – tegenwoordig ontzettend veilig. (artikel uit  LUMC Magazine 4, 2015)

Tijdens de narcose is een patiënt overgeleverd aan de goede zorgen van het anesthesieteam. Dat zorgt ervoor dat je genoeg zuurstof krijgt, dat je je niet verslikt, dat je niet te veel afkoelt.
De laatste zes uur voor de ingreep mag een patiënt niets eten, de laatste twee uur ook niets drinken. Dat voorkomt dat maaginhoud de longen inloopt, en dat de patiënt moet braken als de anesthesiemiddelen via een infuus worden toegediend en de spieren van de slokdarm slapper worden.
Een anesthesiemedewerker haalt de patiënt vlak voor de ingreep samen met de anesthesioloog op. In de operatiekamer stellen chirurgen, OK-medewerkers, anesthesist en anesthesiemedewerker zich aan de patiënt voor en wordt de operatie besproken. Dan kan de anesthesie beginnen.

Diep slapen
Anesthesie is er in verschillende vormen, leggen anesthesiologen prof. Leon Aarts en prof. Albert Dahan uit. Bij algehele anesthesie slaapt de patiënt diep en wordt hij ook beademd. Bij sedatie slaapt de patiënt lichter. Beademing is dan niet nodig. Toch is de slaap veel dieper dan normaal. Dahan: “Ik kan je niet zomaar wakker schudden.” Bij lokale anesthesie (waar we in dit artikel verder niet op ingaan) blijft de patiënt wakker en wordt de pijn lokaal gestild, bijvoorbeeld met een ruggenprik.
Wie ‘onder zeil’ gaat, krijgt drie verschillende middelen toegediend: een slaapmiddel, pijnstilling (morfine-achtige stoffen) en een spierverslapper. De dosering is afhankelijk van de patiënt en de ingreep. Aarts: “Bij de ene operatie is meer pijnstilling nodig dan bij de andere. Bij sommige ingrepen mag een patiënt absoluut niet bewegen, bijvoorbeeld bij een operatie in het brein of aan het oog. Dan zijn voldoende spierverslappers dus belangrijk.”

Buffertje zuurstof
Anesthesiologie is teamwerk. De anesthesioloog is verantwoordelijk voor het behandelplan. Bij het in slaap vallen en bij het wakker worden is hij of zij altijd aanwezig. Dat is namelijk een kritisch moment omdat dan eventuele problemen, zoals een te nauwe luchtpijp, aan het licht komen. Tijdens de operatie wisselen de anesthesiemedewerker en de anesthesioloog elkaar af.
“We zijn een hecht team”, zegt anesthesiemedewerkster en sedatiepraktijkspecialist Jasmin Sidoroska. Ze vertelt hoe ze tijdens de operatie via de monitor van alles in de gaten houdt: het zuurstofgehalte in het bloed, het hartritme, de lichaamstemperatuur en de diepte van de slaap. Om de vijf minuten wordt de bloeddruk gemeten. “Aan het begin van de narcose geven we altijd wat extra zuurstof, zodat we rustig de beademingsbuis kunnen inbrengen. Hetzelfde gebeurt aan het eind. Dan heeft de patiënt een buffertje bij het wakker worden.”
De patiënt ligt de hele tijd heel rustig.  Gebeurt er nooit iets onverwachts? “Natuurlijk. Soms daalt de bloeddruk ineens, of koelt de patiënt te veel af. Dan sturen we bij, bijvoorbeeld door bepaalde medicijnen toe te dienen. Als een patiënt te koud is, blazen we warme lucht onder een speciale deken die over de patiënt ligt.”

Uiterst veilig
Bang zijn voor de narcose is voorstelbaar, vindt Aarts. “Ik zou het zelf ook spannend vinden. Je geeft iemand anders de controle over je lichaam.” Maar de kans dat het mis gaat, is uiterst klein. Het risico op overlijden is bij ‘normale’ patiënten kleiner dan het risico dat je loopt als je aan het verkeer deelneemt. Een kleine groep patiënten loopt iets meer risico. Bijvoorbeeld mensen die allergisch zijn voor bepaalde middelen, mensen die meerdere aandoeningen tegelijkertijd hebben en mensen met ernstig overgewicht. “Als iemand heel dik is, is er een grotere kans dat we de luchtpijp niet goed zien”, legt Aarts uit. “Bovendien zijn de middelen die we gebruiken voor de anesthesie oplosbaar in vet. Daardoor blijven ze langer in het lichaam aanwezig en is de werking van de middelen minder goed voorspelbaar. We besteden daarom extra aandacht aan patiënten met extreem overgewicht. We zorgen er bijvoorbeeld voor dat de anesthesie zo kort mogelijk duurt.”

Problemen voorkomen
Onder narcose gaan is veel veiliger dan tien jaar geleden, stelt Dahan. “Dat komt doordat we betere middelen gebruiken en beter monitoren. Maar het komt vooral doordat we patiënten beter screenen vóór ze onder narcose gaan. Daardoor kunnen we mogelijke risico’s goed opvangen. Niet alleen vóór en tijdens de operatie zelf, maar ook daarna. Een patiënt met relatief veel risico blijft na de anesthesie een nacht bij ons op de afdeling, de PACU. Dan kunnen we ingrijpen als bijvoorbeeld de bloeddruk te laag blijft. We werken ook nauw samen met andere medische specialisten, bijvoorbeeld de cardioloog en de internist. We hebben wat dat betreft grote stappen gezet!”
Zijn er mensen die niet onder narcose mogen? Aarts: “Nee. Uiteraard is een operatie altijd een afweging tussen risico’s en de winst die de patiënt heeft van de behandeling. Maar iedere patiënt kan anesthesie ondergaan, onder de juiste begeleiding.”

Geen grappen
Veilig is het dus, een narcose. Maar je ligt daar toch maar. Je vertrouwt je lichaam toe aan het OK- en anesthesieteam. Hoe weet je dat zij zorgvuldig met je omgaan? Dat ze geen grappen maken over je lichaamsbouw of je aandoening? “Daar is geen kwestie van”, zegt Aarts. “Wij gaan zeer professioneel met elkaar om, zowel als team als richting patiënt. We doen een zogenoemde ‘wakkere briefing’. Het team wordt dus vlak voor de operatie en voordat de patiënt in slaap valt, nog een keer verteld wat er gaat gebeuren. De patiënt is actief bij die briefing betrokken. Iedereen stelt zich voor. De patiënt zegt zijn naam en we vragen hem of haar welke behandeling hij moet ondergaan. Die gezamenlijke briefing creëert een band, met elkaar én met de patiënt. Iedereen is daardoor heel bewust met zijn werk bezig en heel betrokken bij de patiënt. Die wakkere briefing voorkomt ook dat de patiënt de verkeerde behandeling ondergaat.”

Wakker zijn
Een enkele keer lees je in de krant dat een patiënt ondanks de anesthesie toch pijn heeft gevoeld tijdens de operatie, of zelfs gezien of gehoord heeft wat zich afspeelde in de operatiekamer. “Dat noemen we ‘awareness’”, vertelt Dahan. “We nemen dit risico in het LUMC heel serieus en doen er wetenschappelijk onderzoek naar. Mede daardoor gebeurt het bijna nooit meer.” Op basis van een literatuurstudie schat Dahan dat awareness in 1 op de 20.000 tot 50.000 gevallen voorkomt. “En dan vooral aan het begin of aan het eind van de operatie, als de eigenlijke ingreep nog niet begonnen of al achter de rug is.”
Om ‘wakker zijn’ tijdens de operatie te voorkomen, gebruikt het LUMC de BIS-monitor (bispectrale index) die meet hoe diep een patiënt slaapt. Bovendien wordt alle patiënten na de operatie gevraagd af ze iets hebben meegemaakt van de operatie. Aarts: “Met al onze voorzorgsmaatregelen gebeurt dat tegenwoordig eigenlijk niet meer, terwijl het vroeger wel tien tot vijftien keer per jaar voorkwam. We blijven de vraag wel stellen, want áls het gebeurt, willen we daar lering uit trekken.” Psychiater Irene van Vliet geeft het belang van dit navragen aan: “We weten dat het heel belangrijk is dat artsen adequaat op zo’n gebeurtenis reageren en de ervaring niet bagatelliseren. De reactie van de omgeving is heel bepalend voor hoe traumatisch de gebeurtenis is.”
Op de afdeling wordt op dit moment wetenschappelijk onderzoek gedaan naar een monitor die de pijn tijdens de ingreep weergeeft. Dahan: “Die is er nog niet. We meten daarbij niet alleen bloeddruk en hartslag, maar bijvoorbeeld ook transpiratie. We hopen hiermee de zorg nog verder te verbeteren.” De resultaten van dit onderzoek worden in het najaar van 2015 gepubliceerd.

Extreme angst
En als je de narcose echt niet aandurft? Kun je dan een ruggenprik krijgen en dus wakker zijn tijdens de operatie? Soms wel, zegt Dahan: “Het ligt eraan waar de operatie plaatsvindt en hoe stil je moet liggen. Maar vaak wíllen patiënten de ingreep niet bewust meemaken.”
Als iemand extreem bang is, wordt eerst met de patiënt gepraat. Eventueel krijgt hij een pilletje om rustig te worden. Aarts: “Soms is iemand bang voor de naald. Dan kunnen we de narcose met een kapje doen. De mensen die hier geopereerd worden, hebben vaak ernstige aandoeningen. Ook de angst voor en het verdriet om de aandoening zelf en hoe het verder moet komen regelmatig tot uiting vlak voor de anesthesie. Ook dan is het zaak te praten. Als de paniek groot is, stellen we soms voor de anesthesie snel te starten. Graag, zeggen patiënten dan vaak.”
Bij extreme angst die zich al voor de datum van de operatie openbaart, kan psychologische begeleiding nuttig zijn, bijvoorbeeld in de vorm van gedragstherapie. Psychiater Irene van Vliet geeft echter aan dat dat zelden nodig is in het LUMC. “Ik heb het idee dat mensen tegenwoordig veel minder bang zijn voor de narcose dan tien jaar geleden. Dat komt omdat de technieken sterk verbeterd zijn en er dus ook minder verhalen de ronde doen over dat het misgaat.”

Zachte landing
Als het eind van de operatie nadert, wordt, zoals Sidoroska het noemt, de landing ingezet. “We dienen dan steeds minder slaapmiddelen, pijnbestrijding en spierverslappers toe.” Waarom niet wachten tot de operatie helemaal klaar is? Aarts: “Hoe veilig de narcose ook is, we streven naar een zo kort mogelijke slaap. Hoe korter, hoe minder risico.”
Aan de BIS-monitor is te zien dat de slaap minder diep wordt. Aan de pupillen is zichtbaar of de pijnmedicatie voldoende is afgebouwd. Sidoroska: “Op een gegeven moment begint de patiënt een beetje mee te ademen. Dan zeg ik: de operatie is klaar, word maar wakker. Ik vraag de patiënt in mijn hand te knijpen om te controleren of de spieren weer sterk zijn.” Na een diepe zucht wordt dan de buis uit de luchtpijp gehaald. Patiënten worden dus al op de OK wakker. “Maar meestal herinnert iemand zich dat later niet.” Op de verkoeverkamer kan de patiënt rustig verder doezelen en écht wakker worden.

Sedatie buiten de OK
Sedatiepraktijkspecialist Jasmin Sidoroska werkt niet alleen op de OK, maar ook op andere afdelingen in het LUMC. Daar sedeert ze patiënten die een onaangename of pijnlijke ingreep moeten ondergaan: bijvoorbeeld een coloscopie of een hartkatheterisatie.
Sidoroska: “De mogelijkheid om gesedeerd te worden tijdens zo’n ingreep is er sinds 2012. Toen hebben mijn collega in het LUMC en ik ons diploma tot sedatiepraktijkspecialist gehaald.”
Bij de ingrepen op de afdeling is sedatie meestal niet noodzakelijk, maar wel gewenst. Bijvoorbeeld omdat een patiënt heel stil moet liggen of heel angstig is. “Wij geven een slaapmiddel én pijnstilling zodat de patiënt niets van de behandeling meekrijgt en geen pijn heeft. Wij zijn er echt voor de patiënt: we zorgen dat de ingreep zo comfortabel mogelijk verloopt. Het is een verbetering met vroeger toen alleen een rustgevend middel mogelijk was. Het is dankbaar werk! Patiënten zijn afloop heel tevreden.”
(tekst: Masja de Ree)

 

FMT Gezondheidszorg Nieuwsbrief

U wilt op de hoogte blijven van de technologie, wetenschap en innovatieve huisvesting in de zorg. Abonneer u daarom nu gratis op de elektronische nieuwsbrief van FMT Gezondheidszorg.
Name
Email
Secure and Spam free...